Bijgewerkt: 21 juni 2018

29 % van de 18- tot 25-jarigen verslaafd aan de sociale media

Nieuws -> Informatief

Bron: CBS/Wikipedia/Amstelveenweb
17-05-2018

In 2017 was 29 % van de 18- tot 25-jarigen naar eigen zeggen verslaafd aan sociale media. Dit was in 2015 nog 19 procent. Onder 25-plussers is het aandeel dat zich verslaafd voelt lager. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van nieuwe cijfers uit het onderzoek Belevingen.

Belevingen is een jaarlijks onderzoek met als doel om aan de hand van opvattingen, percepties en meningen van inwoners van Nederland een beeld te krijgen van gevoelens en standpunten in de samenleving. De onderwerpen van dit onderzoek veranderen jaarlijks. In Belevingen 2017 zijn onder andere vragen opgenomen over sociale media. Dezelfde vragen zijn in Belevingen 2015 aan jongeren tussen de 12 en 25 jaar gesteld. Lees hier meer over hoe het onderzoek is uitgevoerd.



Jongvolwassenen steeds meer uren per dag bezig met sociale media. Sociale media namen in 2017 meer tijd van 18- tot 25-jarigen in beslag dan in 2015. Toen spendeerde 17 procent van hen 3 tot 5 uur per dag aan sociale media en 4 procent was er 5 tot 10 uur mee bezig. Deze percentages zijn in 2017 toegenomen tot respectievelijk 29 en 9. Jongvolwassenen besteedden daarmee de meeste tijd aan sociale media van alle leeftijdsgroepen. Dat jongvolwassenen meer tijd spenderen aan sociale media dan ouderen verklaart deels waarom zij zich vaker verslaafd voelen.

Van de jongvolwassenen zegt 34 procent bang te zijn om dingen te missen als ze geen gebruik maken van sociale media. Als een binnengekomen bericht niet direct kan worden bekeken, wordt 22 procent onrustig. Geen toegang hebben tot het internet ervaart 37 procent als vervelend. Al deze indicatoren zijn gestegen ten opzichte van 2015. Oudere sociale mediagebruikers ervaren minder vaak vrees om dingen te missen (17 procent) en minder onrust als zij een bericht niet kunnen bekijken (12 procent). Tevens vinden ze het minder vaak vervelend als ze niet online kunnen (22 procent).

Steeds meer jongvolwassenen ervaren dat sociale media invloed hebben op hun leven. Het aantal jongvolwassenen dat vooral een negatieve invloed ervaart op de nachtrust tussen 2015 en 2017 gegroeid van 26 naar 41 procent. Ze oordelen juist weer vaker positief over de uitwerking van sociale media op hun contacten met familie en vrienden. Over de invloed van sociale media op schoolprestaties oordelen in 2017 zowel meer jongvolwassenen positief als negatief in vergelijking met 2015.

Sociale media zijn computer gerelateerde technologieën die het creëren en delen van informatie, ideeën, carrièrebelangen en andere uitdrukkingsvormen via virtuele gemeenschappen en netwerken vergemakkelijken. De verscheidenheid aan stand-alone en ingebouwde social media diensten die momenteel beschikbaar zijn, brengt uitdagingen met zich mee op het gebied van definitie; er zijn echter een aantal gemeenschappelijke kenmerken: Sociale media zijn interactieve Web 2.0 internettoepassingen. Inhoud die door gebruikers wordt gegenereerd, zoals tekstberichten of commentaar, digitale foto's of video's, en gegevens die worden gegenereerd via alle online interacties, is de levensader van sociale media. Gebruikers maken service-specifieke profielen aan voor de website of app die worden ontworpen en onderhouden door de social media organisatie. Social media faciliteren de ontwikkeling van online sociale netwerken door het koppelen van een gebruikersprofiel aan dat van andere individuen of groepen.

Foto Amstelveen
(Foto Amstelveenweb.com - 2018)

Een pagina op Facebook geopend op een tablet. Facebook bestaat sinds 2004 en vanaf januari 2018 heeft maandelijks meer dan 2,2 miljard actieve gebruikers


Enkele van de meest populaire social media websites zijn Baidu Tieba, Facebook (en de bijbehorende Facebook Messenger), Google+, Myspace, Instagram, LinkedIn, Pinterest, Snapchat, Tumblr, Twitter, Viber, VK, WeChat, Weibo, WhatsApp en Wikia. Deze social media websites hebben meer dan 100.000.000 geregistreerde gebruikers.

Social media heeft een geschiedenis die teruggaat tot de jaren 1970. ARPANET, dat voor het eerst online kwam in 1969, had tegen het einde van de jaren 1970 een rijke culturele uitwisseling ontwikkeld van ideeën en communicatie tussen overheid en bedrijfsleven, zoals duidelijk bleek uit ARPANET#Rules en etiquette's 'A handbook on computing at MIT's AI Lab stated regarding network etiquette' (pdf 64 pagina’s) uit 1982, en voldeed volledig aan de huidige definitie van de term 'sociale media' in dit artikel. Usenet, dat in 1979 arriveerde, werd in feite in elkaar gezet door een voorloper van het elektronische prikbordsysteem (BBS) dat in 1973 bekend stond als het Community Memory. Echte elektronische prikbordsystemen kwamen aan met het Computer Bulletin Board System in Chicago, dat voor het eerst op 16 februari 1978 in gebruik werd genomen. Binnen afzienbare tijd hadden de meeste grote steden meer dan één BBS met TRS-80, Apple II, Atari, IBM PC, Commodore 64, Sinclair en soortgelijke pc's.



Amstelveenweb.com is niet verantwoordelijk voor de inhoud van de nieuwsberichten.