Bijgewerkt: 18 juni 2018

'Wees nieuwsgierig naar het verleden!'

Nieuws -> Informatief

Bron: Conchita Willems
16-05-2011

Houdt u ook de weblog van burgemeester Jan van Zanen bij? De redactie kwam bij het lezen van de blog erachter, dat de Nederlandse historicus van Joodse komaf de heer Jules Schelvis in het Keizer Karelpark woont en uw journaliste toog belangstellend naar zijn adres.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij als 21-jarige door de Duitse bezetter op 26 mei 1943 tijdens een grote Duitse razzia opgepakt om naar het doorgangskamp Westerbork te worden gevoerd. Op 1 juni werd hij tegelijk met zijn vrouw en een groot deel van zijn familie en nog 3004 anderen in 50 veewagons naar Sobibor gedeporteerd.

In elke wagon werden twee houten tonnen ingeladen. De ene bevatte water, de andere was bestemd er om de menselijke behoeften in te doen. Op elkaar gepakt brachten ze vier dagen in de wagon door. ,,De tocht verliep onder onbeschrijflijke omstandigheden’’, aldus Schelvis. ,,Hoe kon de wereld toelaten dat onschuldige burgers zó werden behandeld?’’, zo vroeg hij zich af.

schelvis Amstelveen
(Foto C. Willems - 2011)

Jules Schelvis


Niet ver van de Russische grens in Oost-Polen stopte de trein. Eenmaal in het kamp werden de mannen van de vrouwen gescheiden. Onder het mom van hygiënische noodzaak werden ze gedwongen te douchen. In plaats van een waterdouche, deed het gifgas zijn werk. ,,Het duurde 20-30 minuten, toen was iedereen dood’’, memoreerde een op dat moment emotionele Schelvis.

Ook zijn twintigjarige vrouw werd zo vermoord. Zelf ontsnapte hij aan de gaskamer. Hij zag namelijk, dat 80 mannen apart gezet werden, onder andere zijn zwager en zijn beste vriend. Toen hij een SS’er vroeg, of hij zich bij die groep mocht voegen, kreeg hij toestemming. Dat redde hem van de gaskamer, want de 81 mannen werden nog diezelfde dag in twee wagons naar een ander, ditmaal werkkamp gebracht. Schelvis heeft de oorlog in zeven verschillende kampen doorgebracht, waaronder Auschwitz. Zijn martelgang door de naziconcentratiekampen duurde twee jaar.

Na zijn pensionering in 1982 besloot hij de hel die hij had meegemaakt te beschrijven. Hij schreef enkele boeken, waaronder Binnen de poorten en Vernietigingskamp Sobibor. Sobibor was niet gericht op het te werk stellen van gevangenen, maar puur op het vernietigen van Joden. In totaal zijn er 19 treinen vanuit Westerbork naar Sobibor vertrokken.

In Sobibor werden in ruim een jaar tijd tenminste 170.165 Joden vermoord, van wie ongeveer 33.000 uit Nederland afkomstig waren. Schelvis was één van de slechts achttien Nederlandse overlevenden. Op 14 oktober 1943 brak in het vernietigingskamp Sobibor een opstand uit die uniek was in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. De opstand van Sobibor is van grote betekenis geweest.

Van de driehonderd gevangenen die tijdens de opstand wisten te ontsnappen hebben er 47 de oorlog overleefd. Deze konden na de oorlog getuigen van de massamoord. Schelvis stelt zich tot doel de verschrikkingen in Sobibor levend te houden. In 1999 richtte Schelvis de Stichting Sobibor op, die zich tot doel stelt de slachtoffers te gedenken, onder meer door educatieve activiteiten, waaronder reizen naar de door nazi’s in Polen ingerichte vernietigingskampen. In het herinneringscentrum Kamp Westerbork werden op initiatief van Schelvis voor elke bestemming vanuit dit kamp - Sobibor, Mauthausen, Bergen-Belsen, Auschwitz en Theresienstadt – herinneringsstenen onthuld met daarop de aantallen gedeporteerden en slachtoffers.

De onthulling vond plaats op 11 maart 2001 door Schelvis en de toenmalig minister-president Wim Kok. Op 7 februari 2007 werd hij benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau. Pas werd hij nog door sportjournalist Frits Barend genoemd in Pauw en Witteman als iemand die gekrenkt wordt door voetbalspreekkoren “We gaan op Jodenjacht”, onlangs door ADO-supporters en spelers na de wedstrijd tegen Ajax.

Schelvis was medeaanklager in 1983 in het proces tegen de SS-er en kampbeul Karl Frenzel. “Toen ik hem in de rechtszaal voor de eerste keer zag, dacht ik: Ik moet hem haten, maar dat kan ik niet. Het is een oude opa …”  Op dit moment is hij medeaanklager in het proces tegen de van oorlogsmisdaden verdachte John Demjanjuk (91 jaar).

Het Openbaar Ministerie heeft zes jaar gevangenisstraf geëist tegen de voormalig kampbewaker Demjanjuk. De Duitse taal die hij in München, waar het proces plaatsvindt, spreekt, heeft hij voornamelijk in de kampen geleerd. In mei is de uitspraak van dit proces in München, dat wereldwijd gevolgd wordt.

Praten met Jules Schelvis is niet mis en raakt je hart. Zijn vriendelijke, zachte uitstraling staat haaks op het gruwelijke leed, waar hij van getuigt. Zijn huiskamer, vol met zelfgemaakte Chagall-achtige schilderijen, geven je een warm gevoel van welkom zijn en huiselijkheid. Hoe kan deze negentigjarige Amstelvener toch zo positief in het leven staan? Door het lezen van zijn boeken dringt dit geleidelijk aan door.

Zijn boodschap aan ons is: “Breng lessen van het verleden via het heden in een positieve richting naar de toekomst!”  Bij de kranslegging op 30 januari in Amsterdam in het kader van ‘Nooit meer Auschwitz’, legde ook hij een krans. Daar werd de intense vraag weer voelbaar: “Waar was het geweten?”  Zoveel kwaad, zoveel sadisme, zoveel grondige systematiek, zoveel haat.

Schelvis zet zich daarom nog steeds in voor lezingen en gastlessen aan jong en oud in heel het land. En zijn boeken zijn verplichte kost voor studenten geschiedenis. “De vrijheid, de democratie lijken heel gewoon. Maar ik weet wel beter!”  Educatie heeft sowieso een warme plek in zijn hart. Ook zijn persoonlijke geschiedenis, bijvoorbeeld de achternaam, heeft hij achterhaald. Zijn oergrootvader, in 1750 in Amsterdam geboren, van Oost-Europese Joodse herkomst, koos door een verordening van Napoleon de naam Schelvis en zo ontstond deze familienaam.

Waar gedenkt hij de doden en viert hij het vrijheidsbesef? “Normaal ben ik op 4 mei in de Hollandse Schouwburg te vinden. In de oorlog heette dat de Joodsche schouwburg, een plek waar Joden verzameld werden, alvorens naar Westerbork te gaan.” Jaarlijks is daar een plechtigheid. Dit jaar is het anders, want hij is uitgenodigd om op die dag in Maastricht zijn verhaal te doen. Door het schrijven van zijn boeken staat het belang van historisch besef en journalistiek waarnemen gegrift in zijn brein en kan hij hier helder over praten. Dit doet hij enerzijds als herinnering aan al diegenen die we verloren in de oorlog en anderzijds als informatie aan de jeugd.

Bij zijn lezingen en lessen neemt hij een zelfgemaakte maquette mee van het vernietigingskamp Sobibor en er is ook een aparte, kleinere, van de gaskamers. Goed gemaakt, veel priegelwerk. Het is bijzonder een mens in Amstelveen te kennen met zo’n warm hart, met zo’n koel hoofd, met zo’n historisch besef, opdat nooit vergeten zal worden hoe het leven is bedoeld.

Conchita Willems



Amstelveenweb.com is niet verantwoordelijk voor de inhoud van de nieuwsberichten.