Bijgewerkt: 26 juni 2017

Amstelporselein - 1800

Foto's -> Kunstwerken -> Kunstwerken Algemeen

Amstelporselein
(Amstelveenweb.com collectie - 2008)

Fruitsvaas met ijskoeling van Amstelporselein, cilindrisch op vierkante voet

Deze vaas staat op een hoge voet en bevat een losse binnenbak, welke wordt bedekt door een verdiept deksel. Om de bak en op het deksel is ruimte voor ijsblokjes. Het verdiepte deksel is afgedekt door een spits toelopend deksel, met een vergulde knop. De ijsvaas is versierd met bloemdecoraties en gouden biezen en werd gebruikt om fruit gekoeld te bewaren. Hoewel deze ijsvaas niet is gemerkt, wordt deze toch als Amstel beschouwd. Deze vaas hoort bij de twee wel gemerkte kastanjevazen.

In het Gemeentemuseum Weesp is onder andere een tentoonstelling van 18de eeuwse porselein, dat Weesper- en Amstelporselein heet. Het stadhuis van Weesp is een nationaal monument en het college met de burgemeester en wethouders werken nog elke dag in dit gebouw, dat door Jacob Otten Husly werd gebouwd in de jaren 1772-1776.

Amstelporselein Amstelveen
(Amstelveenweb.com collectie - 2008)

Gemeentemuseum annex stadhuis van Weesp
Op de tweede etage is het museum gevestigd. Het Hollands porselein van de 18de eeuw vormt de hoofdcollectie van het museum


Het hoogwaardige Amstel porselein is afkomstig van de gemeente Amstelveen! Toen het historisch archief in 2004 naar het Stadsarchief Amsterdam werd afgevoerd, bleek dat de dure porseleincollectie geen goede huisvesting had. In 2006 werd besloten om de gehele collectie naar het Gemeentemuseum Weesp te brengen, waar de schalen en koffiekannetjes in het prachtig gerestaureerde gebouw een goede en sfeervolle plaats kregen.

Amstelporselein Amstelveen
(Amstelveenweb.com collectie - 2008)

Bertram Philip Sigismund Albrecht des HRR Rijksgraaf Van Gronsveld Diepenbroick Impel (1715-1772)
Het portret is geschilderd door G. J. J. de Spinny in 1759


Bertram is de stichter van de Weesper porseleinfabriek in 1759. Het was de eerste porseleinfabriek in Nederland, in Weesp in de Kromme Elleboogsteeg. Bertram Philip begon met een porseleinen fabriek in Weesp met Louis Gerverot als schilder. Het bedrijf was productief tot 1768 en ging toen failliet. De goederen en klei werden tijdelijk opgeslagen in het Muiderslot en vervolgens verkocht aan dominee Joannes de Mol. Dominee Joannes de Mol (1726-1782) uit Oud-Loosdrecht startte een nieuw bedrijf in Loosdrecht. De producten van deze fabriek, het zogenaamde 'Loosdrecht porcelein', kreeg een bijzondere vermaardheid.

Amstelporselein Amstelveen
(Amstelveenweb.com collectie - 2008)

Amöne Sophie Friederike de HRR Rijksgavin von Lövenstein Wertheim Virneburg Limpurg (1718-1779)
Echtgenote van de stichter van de porseleinfabriek in Weesp
Geschilderd door Rosine Mattieu-Liscewska in 1754.


Toen ds. de Mol op 22 november 1782 overleed, werd de fabriek te Loosdrecht door de heren Mr Joachim Rendorp, Mr Dedel, J. Hope en Mr. Cornelis van der Hoop (de overgebleven aandeelhouders) geliquideerd. Deze liquidatie nam geruime tijd in beslag, want pas op 1 mei 1786 werden de onroerende goederen van Ds. de Mol te Loosdrecht verkocht.

Intussen had echter Mr Cornelis van der Hoop Gijsbertsz., schepen en raad in de vroedschap van Amsterdam, de katoendrukkerij 'het Molentje' te Ouder-Amstel gekocht van Frederik Kaal, een welbekend sloper (22 mei 1784), voor een bedrag van ƒ 14.400,-. Mr van der Hoop was aandeelhouder in de fabriek te Loosdrecht geweest en verplaatste deze nu naar 'het Molentje' te Ouder-Amstel. Dit maakte allerlei regelingen met de andere aandeelhouders noodzakelijk.

Amstelporselein Amstelveen
(Amstelveenweb.com collectie - 2008)

De Amstel porseleinfabriek vervaardigde producten van Europees niveau. Dit servies met een 'Sèvres' decor, stamt uit de periode 1784-1800, de Dauber periode. De koffiepot en het melkkannetje hebben hetzelfde model, als die van het 'tête à tête' serviesje, alleen iets groter. De kopjes zijn echter identiek


Amstelporselein Amstelveen
(Amstelveenweb.com collectie - 2008)

Koffiepot met 'Sèvres' decoratie


Amstelporselein Amstelveen
(Amstelveenweb.com collectie - 2008)

Porselein bord met 'Sèvres' decoratie


Amstelporselein Amstelveen
(Amstelveenweb.com collectie - 2008)

Koffiekop met bordje met 'Sèvres' decoratie

Amstelporselein Amstelveen
(Amstelveenweb.com collectie - 2008)

Suikerpot met me 'Sèvres' decoratie


Mr van der Hoop gaf op 10 december 1787 de procuratie aan J. H. Bagman om al zijn zaken waar te nemen (in geval van afwezigheid), speciaal met betrekking tot 'de mede geïnteresseerden in de oude Loosdrechtsche porceleynfabriek, thans aan 'het Molentje' aan den Amstel geplaatst'. Helaas probeerde Mr van der Hoop in 1789 de fabriek weer te verkopen. Hij was wel alleen-eigenaar van de gebouwen, maar de heren Mr J. Rendorp en Abraham Dedel, burgemeester van Amsterdam, waren in het bedrijf geïnteresseerd. Vermoedelijk zagen zij hierin nog wel toekomst. Zij overtuigen Mr van der Hoop de fabriek niet aan vreemden te verkopen. Op 3 april 1790 transporteerde Bagman als gevolmachtigde van Mr van der Hoop aan de twee aandeelhouders Mr. J. Rendorp en Abraham Dedel elk 1/3 deel van de porseleinfabriek aan de Amstel.
Elk 1/3 part voor ƒ 4.800,-.

Amstelporselein Amstelveen
(Amstelveenweb.com collectie - 2008)

Porseleinen bord met vlinders


Amstelporselein Amstelveen
(Amstelveenweb.com collectie - 2008)

Koffiekop met vlinders


De fabriek werd tot april 1791 verhuurd 'aan den administrateur en verdere geïnteresseerde in dezelve fabriecq'. De administrateur was Friedrich Daeuber. Het was slechts uitstel van executie. Mr van der Hoop vertoefde meestal in het buitenland; Mr. J. Rendorp overleed 21 september 1792 en Abraham Dedel stierf 11 december 1798.

Op 1 april 1799 brachten van der Hoop, de weduwe Rendorp en de executeurs-testamentair van Abraham Dedel de 'porcelain-fabriecq' in openbare veiling. Het perceel werd weer verhuurd tot 1 november 1799 met optie voor nog een jaar. De huur zou pas op 1 november 1800 worden beëindigd, indien de huurder van zijn optierecht gebruik maakte. Koper werd Hendrik van Waijenburg, aan wie de gebouwen (met een kleine uitzondering) op 4 juni 1799 voor de som van
ƒ 10.500,- werden getransporteerd. De huurder had vermoedelijk de huur voortgezet en was waarschijnlijk de bedrijfsleider.

Amstelporselein Amstelveen
(Amstelveenweb.com collectie - 2008)

In de periode tussen 1780 en 1790 werd dit servies gemaakt met Hollandse landschapschilderijtjes


Amstelporselein Amstelveen(Amstelveenweb.com collectie - 2008)

Schaal met rivierlandschap


Op 19 juni 1800 stond in de Amsterdamsche Courant een advertentie waarin te lezen staat dat de porseleinfabriek ten gevolge van het overlijden van enige aandeelhouders 'gedissolveerd' zal worden. Dat betekende dat er geen bestellingen meer aangenomen konden worden. Ook werd het geëerde publiek ervan in kennis gesteld, dat de grote voorraad porselein tegen fabrieksprijzen te koop was.

Amstelporselein Amstelveen
(Amstelveenweb.com collectie - 2008)

Cilindervormige theepot met deksel en verguld eikeltje
Meerkleurige decoratie van weidelandschap met figuren en vee, strooibloempjes en vergulde randen


Amstelporselein Amstelveen
(Amstelveenweb.com collectie - 2008)

Amstel signatuur op een schaal


Amstelporselein Amstelveen
(Amstelveenweb.com collectie - 2008)

Grote porseleinen soepterrine


De fabriek kon men óók kopen tegen zeer voordelige voorwaarden. Uit deze gang van zaken valt vrijwel geen andere conclusie te trekken dan dat het bedrijf te Ouder-Amstel in 1800 geheel geliquideerd werd, want op 19 november werd ook de inventaris van de fabriek ter plaatse geveild. Hendrik van Waijenburg was op dat moment nog steeds eigenaar van de gebouwen en is dat tot zijn dood gebleven. Zijn weduwe verkocht het complex te Ouder-Amstel op 5 december 1809 voor een bedrag van f 11.000,- aan Cornelia van Gils, weduwe van Gijsbert Dirk Casius, te Utrecht. De koopster had belangen bij de cementindustrie en had de gebouwen misschien gekocht voor vestiging van een nieuwe cementfabriek. Zekerheid hieromtrent was niet te verkrijgen.

Amstelporselein Amstelveen
(Amstelveenweb.com collectie - 2008)

Koffiekan met rivierlandschap


Amstelporselein Amstelveen

(Amstelveenweb.com collectie - 2008)

Melkkan met rivierlandschap


Amstelporselein Amstelveen
(Amstelveenweb.com collectie - 2008)

Melkkan en kopje met rivierlandschap decoratie


Bij onderzoek blijkt dat er in de verkoopakte geen sprake meer is van een lopende huurovereenkomst, die gerespecteerd moest worden. Ook staat er niets over gereedschappen, bestemd voor de porseleinfabricage. Dit alles wekt de indruk, dat de porseleinfabriek reeds vóór 5 december 1809 geheel uit Ouder-Amstel was verdwenen.

Amstelporselein Amstelveen
(Amstelveenweb.com collectie - 2008)

Kopje met figuur en rivierlandschap schilderij in lila


Amstelporselein Amstelveen
(Amstelveenweb.com collectie - 2008)

Bord met figuur en rivierlandschap in lila


Amstelporselein Amstelveen
(Amstelveenweb.com collectie - 2008)

Kopje met rivierlandschap decoratie in lila


De vraag blijft: is de porseleinfabriek in 'het Molentje' ook na de liquidatie in het jaar 1800 nog in werking gebleven? In het artikel van Mr Oldewelt in Oud-Holland 1932 staat op pag. 199: 'Een jaar later (dus 1801) was de firma Dommer en Co., zoals wij hebben gezien, in het bezit van de porseleinfabriek 'het Molentje', en spoedig daarop, 24 maart 1802, ging zij met Johann Philip Muller 'wohnhaft an den Buiten-Amstel unter der jurisdiction von Ouder-Amstel' een contract aan in zake 'Verfertigung der Porcellinfarben und mit dem was dabei gehörig ist'.

Muller verbond zich daarbij om aan J. Knipschaar Jzn. 'das ganze Geheimnis zu lehren um Farben des Porcellins so wohl in den groszen als in den kleinen Feuer zu machen, die Farben für die Fonce, das Gold und den Versatz dazu, die verschiedenen Wasser um aufzulösen, zu scheiden und zu dissolviren und in einem Worte alles was ihm bekannt ist das zum Geheimnisz. der Chemie um Porcellin zu mahlen erfordert wird.' Zodra gebleken zou zijn dat Knipschaar de kunst volkomen machtig was, zou Muller 700 gulden ontvangen.

Amstelporselein Amstelveen
(Amstelveenweb.com collectie - 2008)

Schotel met bloemen en geschubte gouden bies langs de rand


Amstelporselein Amstelveen
(Amstelveenweb.com collectie - 2008)

Melkkannetje met veelkleurig decor van landschappen met vogeltje
Het is versierd met strooibloemen en gouden biezen langs de randen en oor


Amstelporselein Amstelveen
(Amstelveenweb.com collectie - 2008)

Schotel met decoratie van een man met schep en schaap in een landschap, met gouden bies langs de rand
De schotel is wat vorm en decoratie betreft van mindere kwaliteit en stamt uit de latere periode (Nieuwer-Amstel)


Tot zover het citaat uit het aangehaalde artikel. In de eerste regel stonden de woorden: 'zoals wij gezien hebben'. Deze woorden slaan waarschijnlijk op twee akten (van de jaren 1801 en 1802), waarin echter strikt genomen niet te lezen staat, dat hier de porseleinfabriek te Ouder-Amstel wordt bedoeld.

Iets meer houvast geeft de notariële acte van 15 juni 1807, waaruit blijkt dat Dommer en Co. 'porselein fabrikeurs ter Ouder-Amstel, aldaar laatstelijk gepatenteerd waren voor het jaar 1807, blijkens acte van patent van 30 december 1806 no. 5', zoals Mr. Oldewelt vermeldt. Een aanwijzing, dat de fabriek te Ouder-Amstel nog in werking gebleven is, ligt ook in de Catalogus van de 'Algemene openbare tentoonstelling der voortbrengselen van de Hollandsche volksvlijt', welke in 1808 te Utrecht is gehouden. Hierin staat onder het hoofd 'Dommer en Co. Porselein en bloemkunststukken van biscuit Ouder-Amstel', de volgende opmerking: 'Inzenders klagen over de belemmering van den invoer der grondstoffen. Zij verklaren, dat de porseleinfabriek, waarin 50-60 mensen arbeiden, meer een fabriek van glorie, dan wel lucratief kan genoemd worden.

'Daar de gebouwen op een zeer vochtigen en veenachtigen grond staan, hebben zij deze pogen te verbeteren, doch hoezeer daaraan vele kosten besteed zijn, is dit slechts tamelijk gelukt; weshalve zij de fabriek naar Nieuwer-Amstel, bij de chemicaliënfabriek wilden overbrengen, doch hiertegen deden zich twee zwarigheden op: de kosten op ƒ 10.000 - ƒ 12.000 ge­rekend en ten tweede een gedreigd proces door de buren, al hetwelk aanleiding gaf om hen te bewegen deze zaak te abandonneren'. Hieruit kan men afleiden dat de fabriek te Ouder-Amstel tot het jaar 1808 heeft gewerkt en daarna naar Nieuwer-Amstel werd overgebracht. Dit zou ook zeer goed te rijmen zijn met de verkoop van de fabriek te Ouder-Amstel in het jaar 1809.
(citaat uit het artikel van Mr Oldewelt).

Amstelporselein Amstelveen
(Amstelveenweb.com collectie - 2008)

Kop en schotel met kleurrijk decor van een bloemslinger in de vorm van de letter 'D'


Amstelporselein Amstelveen
(Amstelveenweb.com collectie - 2008)

Onderschotel voor sauskom met kleurrijke versiering van landschappen met boerderijen en figuren.
Hieromheen strooibloemen en een rand afgezet met gouden bies. Dit schaaltje is een onderdeel van een 1000-delig servies dat speciaal gemaakt werd in 1808 voor Koning Lodewijk Napoleon voor gebruik op het Paleis op de Dam. Er zijn nog 40 stuks van dit servies bewaard gebleven.


Amstelporselein Amstelveen
(Amstelveenweb.com collectie - 2008)

Kopje met polychroom decor van een zeegezicht met zeeschepen en figuren
Langs de rand een gouden guirlande en gouden bies langs de onderzijde en oor. Afgezien van de afbeeldingen op het Meissen servies is er geen ander 'zeedecor' in de collectie.

Amstelporselein Amstelveen
(Amstelveenweb.com collectie - 2008)

Schotel met zeilschip


Toch bestaat er reden tot twijfel of de gang van zaken wel zo is geweest. Op 12 januari 1804 ontving het Staatsbewind der Bataafsche Republiek een request van 'Dommer en Comp., eigenaars der oude Loosdrechtsche porceleinfabriek, aan den Amstel, wonende aldaar' om te mogen overgaan tot 'het oprichten of daarstellen van een jaarlijksche verdeeling, bij wijze van loterij, van hunne eigene, en op hunne fabriek vervaardigd wordende porceleinen'. Dit request werd door het Staatsbewind in handen gesteld van de Thesaurier-Generaal en Raden van Finantiën om advies. Deze laatsten stellen via de Commissie van Politie en Justitie het stuk op 20 januari 1804 in handen van het gemeentebestuur  van  Nieuwer-Amstel. Dit college verzocht op 26 januari d.a.v. de schout, het lid van de Raad Kruijk, en de secretaris rapport uit te brengen.

Dit rapport wordt reeds op 24 februari 1804 aan het gemeentebestuur aangeboden. De heren waren tot de volgende conclusie gekomen:
1° dat gemelde moeite en kosten de fabriek in zo bloeiende staat heeft gebracht, dat er 40 tot 50 personen werkzaam zijn (mannen, vrouwen en jongelieden).
2°dat zij niet alleen 'inboorlingen van de republiek aan het werk houdt maar dat de fabriek zelve als een kweekschool van konstenaars mag beschouwd worden, als wordende zelve de schilders aldaar van jongs af opgeleid, zoodat wij er kinderen van 9 a 10 jaren reeds zeer fraai schilderwerk hebben zien verrigten'.
3° dat 'in die fabriek zoo fraaij en uitmuntend porcelein wordt vervaardigd, als tegen het besten buitenlandsche kan monsteren; en eyndelijk het vervaardigde porselein zelve aan buitenlanders, die met hetzelve bekend zijn, zozeer voldoet dat het door hun boven de beroemdste buitenlandsche vervaardigde porseleinen word gepraefereerd'.
De heren kwamen tot de conclusie dat deze fabriek alle aanmoediging en steun verdiende.
Het gemeentebestuur van Nieuwer-Amstel adviseerde de jaarlijkse verloting toe te staan.

Amstelporselein Amstelveen
(Amstelveenweb.com collectie - 2008)

Bord uit de porseleinfabriek te Meissen


Tussen 1763 en 1774 werd door de porseleinfabriek te Meissen een servies vervaardigd met landschappen en zeegezichten met varende schepen. Het servies kwam rond 1784 naar Nederland, waar de porseleinfabriek in Ouder-Amstel opdracht kreeg, om enkele gebroken delen opnieuw te vervaardigen. Hoewel iets afwijkend van kleur, is de vorm uitstekend geslaagd. Ook van deze bijgemaakte delen zijn twee voorbeelden in de collectie. Op 20 maart 1804 sprak het Staatsbewind als oordeel uit dat de gevraagde verloting niet viel onder het verbod van particuliere verlotingen. Het Wetgevend Lichaam maakte hiertegen bezwaar en stelde aan het Staatsbewind voor de vergunning voor onbepaalde tijd te verlenen. Het Staatsbewind kwam daarop met een nieuw voorstel (op 17 mei) om de gevraagde vergunning provisioneel voor de tijd van 15 jaar te verlenen. Het Wetgevend Lichaam kon zich met dit voorstel verenigen.

Het Staatsbewind ontving op 31 mei bericht, dat de gevraagde vergunning op 25 mei was verleend en wel voor de tijd van 15 jaar. In al de desbetreffende akten wordt gesproken van 'Dommer en Comp., eigenaars der oud-Loosdrechtsche porcelein-fabriek, (thans) aan den Amstel' (het woord 'thans' komt alleen voor in de akten van 17 en 31 mei). Uit het feit dat aan het gemeentebestuur van Nieuwer-Amstel advies werd gevraagd en dat het advies ook door deze gemeente werd uitgebracht, mag afgeleid worden dat het hier ging over een fabriek, die op Nieuwer-Amstels grondgebied stond. De schout, de secretaris en een lid van de Raad van deze gemeente brachten zelfs een inspectiebezoek aan de fabriek!

Terstond rijst de vraag of de porseleinfabriek in 1804 te Ouder-Amstel of te Nieuwer-Amstel gevestigd was. Verschillende omstandigheden pleiten voor Ouder-Amstel, maar de besproken akten wijzen onweerlegbaar naar Nieuwer-Amstel.

Amstelporselein Amstelveen
(Amstelveenweb.com collectie - 2008)

IJsvaas, cilindrisch op vierkante voet


Deze vaas staat op een hoge voet en bevat een losse binnenbak, welke wordt bedekt door een verdiept deksel. Om de bak en op het deksel is ruimte voor ijsblokjes. Het verdiepte deksel is afgedekt door een spits toelopend deksel, met een vergulde knop en is versierd met bloemdecoraties en gouden biezen en werd gebruikt om fruit gekoeld te bewaren. Hoewel de ijsvaas niet is gemerkt, wordt deze toch als Amstel beschouwd. Deze vaas hoort bij de twee wel gemerkte kastanjevazen

'Terug naar het begin', de komst van de firma Dommer in Nieuwer-Amstel. Op de zuidelijke hoek van het Smalle Verwerspad en de Amsteldijk bevond zich een katoendrukkerij die voor ¾  toebehoorde aan Philippe Guillaume Chion, en voor ¼ aan Charlotte Madeleine Bertin, weduwe van Jean Pastre. Zij verkocht haar deel op 17 september 1781 aan de mede-eigenaar, zodat deze op 1 juli 1782 'de gewezen catoendrukkerij', etc. kon transporteren aan George Dommer voor f 7000,-. In dit perceel vestigden George en zijn zoon Nicolaas Dommer een chemicaliënfabriek. De fabriek lag dus niet, zoals tot nu toe werd verondersteld, op de hoek van de Tolstraat, maar op de zuidelijke hoek van het ten zuiden van de Tolstraat gelegen Smalle Verwerspad.

Amstelporselein Amstelveen
(Amstelveenweb.com collectie - 2008)

Kastanjevaas met bloemen


Amstelporselein Amstelveen
(Amstelveenweb.com collectie - 2008)

Fruitkoeler


Amstelporselein Amstelveen
(Amstelveenweb.com collectie - 2008)

Fruitkoeler en de kastanjevaas close up


De Dommers kunnen in deze fabriek de porseleinfabriek uit Ouder-Amstel hebben overgebracht toen deze in 1800 teniet was gegaan. Of misschien hebben zij nog een tijdlang de fabriek te Ouder-Amstel gehuurd? Het zou denkbaar zijn dat zij een onderdeel van de fabricage (het bakken?) in de fabriek 'het Molentje' ter hand genomen hebben, maar dat bijvoorbeeld het beschilderen in  de fabriek te Nieuwer-Amstel plaatsvond. In deze richting zou wijzen, dat de schout c.s. van Nieuwer-Amstel na inspectiebezoek wel spreekt over het beschilderen, maar met geen woord rept over het bakken zelf. De fabricage in Ouder-Amstel zou dan in 1808/09 geheel zijn gestaakt en ook het bakken zou dan voortaan in Nieuwer-Amstel zijn geschied.

Amstelporselein Amstelveen
(Amstelveenweb.com collectie - 2008)

Porseleinen vrouwenfiguur, gehuld in Franse kledij uit de 18de eeuw en polychroom beschilderd. Van het Amstelporselein zijn weinig figuren bekend, dit in tegenstelling tot het Loosdrechts porselein


Bij de Raad van Nieuwer-Amstel kwam op 18 april 1810 een request in van de firma Dommer 'om inspectie van een door hun geplaatste porcelein-oven'. Geheel bevredigend is deze voorstelling van zaken niet. Het lijkt een nogal omslachtige methode om onafgewerkte producten heen en weer over de Amstel te verplaatsen. Het is óók denkbaar, dat er nog op kleine schaal te Ouder-Amstel gefabriceerd werd en dat in de fabriek aan de overzijde uit het buitenland geïmporteerd porselein beschilderd werd. Ook de fabriek in den Haag hield zich hier op ruime schaal mee bezig.

Amstelporselein Amstelveen
(Amstelveenweb.com collectie - 2008)

Een bord met een polychroom decor, verguld, naar Imari voorbeeld met in het midden bloesemtakken, een hek met daar omheen bloemen bij een rots in een coulissendecor van perken.Imari-porselein is de Europese verzamelnaam voor Japans porselein dat gemaakt werd in de stad Arita, in de vroegere provincie Hizen, ten noordwesten van Kyūshū, en geëxporteerd vanuit de haven Imari, speciaal voor de Europese exportmarkt. De Imari stijl is herkenbaar aan zijn drie dominante kleuren: het kobaltblauw, het ijzerrood en de witte porseleinen achtergrond


In de tekst hiervoor werd gesproken over de in 1804 verkregen vergunning om 16 jaar lang verlotingen van porselein te mogen houden. Deze nogal eigenaardige verkoopmethode moest dienen om de omzet te vergroten. De Dommers hadden bij hun request de voorwaarden voor verloting overgelegd: 'Conditien en voorwaarden, waarop ten overstaan van de navolgende porseleinen, bij loting zullen worden verkogt', etc.

'De verkoping zal bestaan in 1500 aandelen, a 12 guldens ieder, zijnde dezelve verdeeld tegenéén Prijs met één Niet, waarvoor echter aan dengeenen welke één Niet heeft getrokken, tegen inruiling van zijn billiet, zal worden uitgereikt eene fraije met goud gedecoreerde beker en schotel, waarop een goude letter, naar verkiezing van den trekker.'

De loten zullen te bekomen zijn bij  Den inleg voor de eerste classe is ƒ 3-0-0
Den inleg voor de tweede classe is ƒ 4-0-0
Den inleg voor de derde classe is ƒ 5 -0-0
Dus ƒ 12-0-0'

Amstelporselein Amstelveen
(Amstelveenweb.com collectie - 2008)

Melkkan met gouden rand


Amstelporselein Amstelveen
(Amstelveenweb.com collectie - 2008)

Koffiepot met gouden rand


De heer Oldewelt vond dertien van dergelijke verlotingen in de jaren 1806-1811. Zij hadden soms een grote omvang: bij de achtste verloting werd ƒ 50.000,- omgezet! Een nieuw ingesteld onderzoek leverde een drietal tot nu toe onbekende akten op. Er werd namelijk in 1816 aangekondigd 'dat er op 7 mei, 28 mei en 18 juni van dat jaar des morgens te 10 uren in de herberg 'Bramenburg' aan de Overtoomsche weg in het openbaar bij wijze van verloting verkocht zal worden eene aanzienlijke partij porceleinen uit de fabriek aan den Buiten Amstel bij Amsterdam'. De verkoping (verloting) vindt plaats ten verzoeke van de heer George Dommer. Op 7 mei 1816 vond plaats 'de trekking van de eerste klasse van de verlooting van porseleinen uit de vermaarde oud-Loosdrechtsche fabriek aan den Buiten-Amstel bij Amsterdam'. Aan het proces-verbaal van de trekking is gehecht de 'Catalogus van de exquise partij porceleinen, dito groepen en beelden, biscuit, vazen', etc.

Er waren 1000 loten a f 12,-. die, als ze allemaal verkocht werden, ƒ 12.000,- opleverden, terwijl de voor de verloting beschikbaar gestelde porseleinen getaxeerd waren op bijna ƒ 9900,-. Deze taxatie zal wel gedaan zijn naar de toen geldende verkoopprijzen, daar er anders nauwelijks f 2000,- bruto op de verloting verdiend kon worden. De Dommers verhandelden dus nog in 1816 porselein.

De laatste maal, dat de firma Dommer en Co. als 'fabrikeurs in porceleinen aan den Amstel' voorkomt is een vermelding in een adresboekje van 1819. Het adresboekje van 1820 ontbreekt en in dat van 1821 komt de porseleinfabriek niet meer voor. George Dommer overleed op 7 december 1826. Het saldo van zijn boedel bedroeg ƒ 131.000,- .

Amstelporselein Amstelveen
(Amstelveenweb.com collectie - 2008)

Het signatuur Mol op een bord


Van de porseleinfabriek wordt evenmin melding gemaakt in andere acten die handelen over het bezit van onroerende goederen van de familie Dommer. Oók toen Nicolaas Dommer (vader van George) op 10 maart 1814 was overleden en er moeilijkheden kwamen met de crediteuren, werd er met geen woord gerept over de porseleinfabriek. Zijn dochter verwierp de nalatenschap van haar vader, terwijl de zoon George met de crediteuren een regeling trachtte te treffen.

In 'de Statistiek van Nederland over den Franschen tijd' (uitgegeven door het Centraal Bureau voor Statistiek in 1900) wordt van de porseleinfabriek op pagina 242 gezegd: 'La fabrique d'Amsterdam occupait en 1806 60 a 65 ouvriers et son produit annuel a la somme de 12.600 francs'. Er wordt verder geconstateerd, dat deze fabriek een wanhopige strijd voert tegen de tijdsomstandigheden, vooral tegen de funeste douanetarieven. Deze hebben tot gevolg gehad, dat er in 1811 nog slechts 6 a 7 personen in het bedrijf werkzaam waren, en dat er slechts voor 12.000 francs geproduceerd werd.

Volgens dit bericht stond de fabriek dus te Amsterdam. Zo ook volgens de Minister van Eeredienst, die in 1809 een rapport over de fabriek uitbracht. Toen er in 1816 een nieuwe statistiek over de industrieën werd samengesteld, ontbrak hierop de porseleinfabriek te Nieuwer-Amstel geheel en al. En dat terwijl er juist in genoemd jaar door George Dommer een grote verloting van porselein gehouden werd! Daarentegen wordt wel melding gemaakt van 'een porceleins-schildersbedrijf' te Sloten! Het bevreemdt ook, dat Dommer in de officiële beroepenlijst van 1811 vermeld wordt als 'drogist en chemist' en niet als porseleinfabrikant', terwijl de firma zich in 1819 nog 'fabriqueurs van porselein' noemt!

In de 'Staat der Fabrieken en Trafieken binnen Amsterdam en derzelver jurisdictie' uit het jaar 1808, wordt melding gemaakt van een 'Chinees- en Japans porcelein fabriek- en lakwerk', die tevoren 'voordelig en bloeiend was', maar 'nu nadelig'.

Amstelporselein Amstelveen
(Amstelveenweb.com collectie - 2008)

Het Amstel signatuur op een schaal


Voor middelen tot herstel wordt verwezen naar de memorie van Z.M. de koning van 2 oktober 1808: 'Ook zou men een zware belasting op de invoer van porcelein kunnen leggen, zoals Frankrijk ook doet op ons porcelein'. Het is niet aannemelijk, dat hiermede de fabriek te Nieuwer-Amstel bedoeld wordt. Oók bestond er toen in Amsterdam een schilderfabriek van porselein en aardewerk, die vroeger een redelijk bestaan opleverde aan 15 personen, 'maar nu door de oorlog veel verminderd was en nauwelijks werk opleverde voor 4 personen'. Als middel tot herstel voor dit bedrijf wordt genoemd: 'Er zou ongeschilderd Engels aardewerk ingevoerd moeten worden!' Dit voorstel, in 1808 (!) gedaan, zal wel niet in goede aarde gevallen zijn. Ook met dit bedrijf kan niet de Nieuwer-Amstelse fabriek bedoeld zijn.

Amstelporselein Amstelveen
(Amstelveenweb.com collectie - 2008)

Kleuren Chinese imitatie door ds. Mol gesigneerd. Bord met gecontourneerde bruin gebiesde rand met een blauw Chinoise decor. De afbeelding heeft als onderwerp een onmogelijke liefde.


Al met al blijft het een nogal duistere geschiedenis. Misschien komt men het dichtst bij de waarheid door aan te nemen, dat het hoofdbedrijf bestond uit het beschilderen van geïmporteerd porselein en dat er op kleine schaal ook werkelijk porselein vervaardigd werd. Misschien gebeurde dit aanvankelijk te Ouder-Amstel en na 1808/09 in Nieuwer-Amstel.

Amstelporselein Amstelveen
(Amstelveenweb.com collectie - 2008)

Vierkante slabak met geschulpte rand. Decor van blauwe bloemen en guirlande in blauw onderglazuur
Blauwe rand met een onbeschilderd reliëf


Een nauwkeurige bestudering van het nog bestaande Amstel-porselein zou wellicht kunnen bijdragen tot het beantwoorden van de opgekomen vragen. De betrekkelijke zeldzaamheid van het 'echte' Amstel-porselein zou een aanwijzing kunnen opleveren voor een geringe productie. De grote verlotingen zouden dan wellicht een groot aantal alleen maar beschilderde porseleinen omvat kunnen hebben. Er moet toch een vrij grote voorraad 'Amstel porselein' in omloop geweest zijn.

(Bron van tekst: Amstelveen Acht eeuwen geschiedenis 1966)

Klik hier voor andere foto's in de categorie Kunstwerken