Bijgewerkt: 23 maart 2019

GL-Amstelveen is niet tevreden met beleidsinformatie B en W

Nieuws -> Politiek

Bron: GroenLinks-Amstelveen
05-10-2010

Namens de GroenLinks fractie Amstelveen heeft raadslid Axel Boomgaars schriftelijke vragen aan het College van Amstelveen gesteld met betrekking tot de moeizame informatieverstrekking van het college.

Betreft: Schriftelijke vragen ex art.33 – ter beschikking stellen van beleidsrelevante informatie

Amstelveen, 05-10-2010

Geacht college van Burgemeester en Wethouders,

Tijdens de commissievergadering van Burgers en Samenleving op 22 september stelde ik namens de fractie van GroenLinks mondelinge vragen aan wethouder Raat. Het betrof het niet nakomen van het toegezegde toezenden van de eerste halfjaarrapportage jongerenwerk en tienerwerk van Cardanus.

Onze fractie rekende op een verklaring en excuus voor de gang van zaken, want het ging immers om een beleidsrelevant stuk van Cardanus dat al een tijd beschikbaar was. Dit zou er dan hopelijk voor zorgen, dat dit in de toekomst niet meer voor zou komen. De zaak zou wat onze fractie betreft dan zijn afgedaan, foutje moet kunnen.

Tot onze verbazing was de reactie van het college een andere. Wethouder Raat noemde het toezenden van de rapportage aan onze commissie ‘minder opportuun’ nu uw college een andere richting met Cardanus op wil. Volgens wethouder Raat was er gediscussieerd binnen uw gelederen over de waarde van het rapport en wie er verantwoordelijkheid voor zou willen nemen. Dat heeft dus uiteindelijk niemand gedaan.

GL-fractie Amstelveen
(Foto Amstelveenweb.com - 2010)

Vlnr.: GroenLinks raadsleden Axel Boomgaars, Dorien Mijksenaar en Sander Mager


In plaats van een excuus, waren de woorden van de wethouder, dat het misschien wat sneller had gekund. De wethouder zei wel duidelijk toe, dat het communiceren van deze rapporten in de toekomst sneller zou gebeuren. Wat betreft de laatste toezegging zijn wij gerustgesteld, maar de rest van het betoog van de wethouder heeft ons verontrust. Dat er niemand van uw college verantwoordelijkheid voor dit rapport wilde nemen, lijkt ons vreemd.

Ten eerste blijft natuurlijk het principiële punt staan, dat uw college na een toezegging onze commissie hoe dan ook had moeten inlichten. De commissie en partijen hebben bovendien nooit aan uw college gevraagd de opvattingen uit de rapportage over te nemen. Wij weten ook, dat het slechts één visie van één belanghebbende betreft, we wilden er alleen over beschikken om ons een breder beeld van deze kwestie te vormen. Daar zou dan ook geen verantwoordingsvraagstuk bij kunnen liggen.

Vraag 1. Kunt u een toelichting geven over de binnen het college gevoerde discussie, over welke verantwoordelijkheid het ging en waarom u allen besloten heeft de commissie niet te informeren?

Dat u het vanwege uw voorgenomen veranderde verhouding met Cardanus minder opportuun noemde om de rapportage naar ons toe te sturen, vindt GroenLinks niet door de beugel kunnen. Het opzeggen van het contract met Cardanus zou volgens uw zeggen binnen uw beleidsvrijheid als college vallen, maar voor het overige heeft deze raad nog nooit een besluit genomen hoe we nu verder gaan met jongerenwerk.

Juist daarom is het in de aanloop naar besluitvorming toe van belang, dat onze commissie zich op meer kan baseren dan alleen de brief van de wethouder, waarin hij zijn gewenste richting aangeeft. Dat is immers ook maar één visie van één belanghebbende. In de commissievergadering van 1 september had de commissie de brief herinrichting jongerenwerk van uw wethouder zelf geagendeerd. Toen beschikten we niet over het rapport, en ook bij de bespreking van de herijking welzijnsbeleid in de commissie B&S van 22 september nog niet. Daardoor heeft onze commissie zich op deze belangrijke momenten maar op één beeld kunnen baseren in haar overwegingen.

Door de opportuniteit als reden te bestempelen, zegt uw college in onze ogen in feite, dat het u beter uitkwam, dat wij niet over de rapportage beschikte, terwijl dat rapport al sinds augustus op uw bureau ligt. Dan dringt zich het gevoelen op, dat u de raad een breder beeld van de kwestie onthouden heeft.

De rapportage nuanceert ons inziens de beelden in de brief van de wethouder en spreekt bepaalde feiten tegen. In de brief herinrichting jongerenwerk stelt de wethouder op pagina 3 met betrekking tot de bezoekersaantallen van jongerencentra: ‘Deze kosten (exploitatiekosten van jongerencentra red.) staan in de visie van het college niet in verhouding met de bezoekersaantallen (gemiddeld 15 jongeren per avond).’

In de halfjaarrapportage van Cardanus valt te lezen op pagina 3: ‘Onder leiding van de per 1 februari aangestelde projectleider is de sfeer in en om jongerencentra echter flink verbeterd en het aantal gebruikers van het jongerenwerk vertoont weer duidelijk een stijgende lijn, met name in DownTown (gemiddeld aantal bezoekers per dag 55).’

De terugval van het aantal bezoekers, wat Cardanus ook ziet, schrijven zij toe aan een tijdelijk gevolg van de nieuw ingevoerde maatregelen als het pasjessysteem en het blowverbod. Uw college lijkt de opvatting te zijn toebedeeld dat dit lage bezoekersaantal overal structureel geldt.

Vraag 2. Hoe duidt uw college dit verschil in cijfers en opvatting?

Uw college stelt in de brief herinrichting jongerenwerk op pagina 2, dat u flink in wil zetten op het versterken van bestaande voorzieningen voor jongeren, waar sport(verenigingen) onderdeel van uitmaakt. In de rapportage van Cardanus op pagina 8-9 is echter te lezen, dat het ambulant jongerenwerk samen met een groter wordende groep jongeren op een vrijblijvende manier buitensportactiviteiten organiseert, daarbij valt te lezen:

‘Zulke los georganiseerde sportactiviteiten voorzien in een behoefte, getuige de steeds groter wordende opkomst. Een flink aantal jongeren kan of wil zich niet via lidmaatschap voor langere tijd verbinden aan een sportvereniging.’

Vraag 3. Hoe duidt uw college deze praktische bezwaren op uw plannen?

In de brief van wethouder Raat staat op pagina 2 verder: ‘Het jongerenwerk moet in de visie van het college een bijdrage leveren aan het voorkomen en beheersbaar houden van de overlastproblematiek en moet zich specifiek richten op risico- en overlastgevende jongeren.’

Cardanus verzet zich, niet verwonderlijk, tegen een versmalling van de invulling van het jongerenwerk. Maar zij staat daarin niet alleen, wanneer men pagina 9-10 uit het rapport leest. ‘Voorbij wordt gegaan aan de belangrijke rol, die het jongerenwerk ook zou moeten spelen in het preventieve jeugdbeleid, het voorkómen, dat jongeren overlast geven en in problemen raken of het vroegtijdig signaleren hiervan.

Niet voor niets kwam juist vanuit de politie het verzoek voor de omslag die er in opdracht van de gemeente begin dit jaar opnieuw is gemaakt naar weer meer inzet op een jongere, bredere doelgroep. ‘

Vraag 4. In hoeverre heeft u de opvatting van de politie meegenomen in uw plannen voor de huidige koerswijziging?

Daarnaast benadrukt de rapportage volgens onze fractie, meer dan de brief van de wethouder, het nuttige opbouwwerk wat er gedaan wordt om de jongeren perspectief te bieden en de sfeer met wijkbewoners te verbeteren.

Deze vragen en opmerkingen gaan onze fractie aan het hart, maar met de voor ons liggende besluitvorming rondom de herijking welzijnsbeleid, waar dit jongerenwerk deel van uitmaakt, voelt het ook als mosterd na de maaltijd. Als wij eerder over deze rapportage hadden kunnen beschikken - op de genoemde beleidsrelevante momenten, waarop wij over jongerenwerk hadden gesproken terwijl het rapport er al was - had onze raad ons inziens beter kunnen bijsturen.

Los van de reeds gestelde vragen lijken de uitspraken van de wethouder met de redenering, zoals wij die in deze brief uiteenzetten, maar tot een conclusie te lijden: Uw college heeft deze raad op belangrijke momenten bewust toegezegde informatie onthouden.

De belangrijke momenten vloeien voort uit de beleidsrelevante gelegenheden waarin de rapportage meegenomen had moeten worden; ‘bewust’ vloeit voort uit het minder opportuun bestempelen van het niet toezenden na een overleg binnen B en W, terwijl de raad zich nog nergens over heeft uitgesproken; de toezegging spreekt voor zich.

Vraag 5. Deelt het college deze conclusie van GroenLinks? Zo nee, zou u aan willen geven in welk deel van onze redenering u er andere opvattingen op nahoudt?

Voor de goede orde: GroenLinks deelt met uw College de wens om de maatschappelijke effectiviteit van het jongerenwerk in Amstelveen fors te verbeteren. We denken graag met u mee over de manier, waarop dit het beste kan gebeuren. Het is juist om die samenwerking tussen raad en college te bevorderen, dat wij u oproepen de informatieverstrekking aan de raad en de procedurele omgang met raad en commissie te verbeteren.

Met vriendelijke groet,

Axel Boomgaars, namens de fractie van GroenLinks



Amstelveenweb.com is niet verantwoordelijk voor de inhoud van de nieuwsberichten.