Bijgewerkt: 26 januari 2021

'Kindertreinen' tussen Hongarije, Nederland en Vlaanderen 100 jaar geleden

Nieuws -> Informatief

Bron: Maarten J. Aalders / Orsolya Réthelyi
19-12-2019

In de jaren 1920-1930 verbleven ruim 60.000 Hongaarse kinderen enkele maanden in het buitenland, van wie meer dan 28.000 in Nederland om bij te komen van alle doorstane oorlogsellende. De Eerste Wereldoorlog (1914-1918), de communistische republiek van Béla Kun (maart 1919-augustus 1919) en de Roemeense bezetting (augustus-november 1919) hadden Hongarije uitgeput. Daarbij kwam nog het feit dat grote delen van Hongarije verloren gingen: één deel ging naar Roemenië, één deel naar het nieuwgevormde Joegoslavië, één deel naar Tsjecho-Slowakije en één deel naar Oostenrijk. Er bleef maar een derde deel van het oorspronkelijke Hongarije over.



Op dinsdag 13 april 1926 stonden kleine kinderen, zowel meisjes als jongens met in hun handen Hongaarse, Zwitserse, Nederlandse en Belgische papieren vlaggen klaar op de vertrekperron van het treinstation van Keleti (Station Oost in Boedapest). Het was al de honderdste trein die 800 Hongaarse kinderen mee zou nemen naar het buitenland voor vakantie. Tweehonderd kinderen gingen naar Zwitserland, 200 naar Nederland en 400 naar België. De lancering van de 100ste kindertrein vond op een ceremoniële manier plaats. Aan de vertrekzijde was een tweede klas wachtkamer versierd met vlaggen en de voorname gasten werden door dr. Vilmos Neugebauer, directeur van de Child Protection League welkom geheten.

Een en ander werd bekrachtigd met het Verdrag van Trianon (juni 1920). Het betekende een enorm verlies aan natuurlijke hulpbronnen voor de Hongaarse economie en leidde tot tienduizenden vluchtelingen die veelal naar Boedapest trokken. Daarbij kwamen nog de talloze terugkerende krijgsgevangenen, al dan niet verminkt. Er was geen werk, er waren veel te weinig woningen, ziekenhuizen hadden geen materiaal genoeg en er was niet genoeg te eten. Kortom, het was een drama dat vooral zichtbaar werd bij de meest kwetsbaren: de kinderen. Hongarije kon haar eigen kinderen niet meer voeden!

Foto Amstelveen
(Bron KU Leuven - 2019)

De aankomst van een Hongaarse kindertrein in Nevele in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen in 1920

Vanuit Nederland werden door de Nederlandse consul in Boedapest vanaf november 1919 hulpkonvooien georganiseerd. Maar alleen voedsel en verbandmiddelen naar Budapest brengen vond hij niet voldoende en dus rees het plan Hongaarse kinderen voor een tijdelijk verblijf naar Nederland te halen. Er waren reeds comités die zich op Belgische, Duitse en Oostenrijkse kinderen richtten, maar niemand hield zich met Hongarije bezig. Het land was ver weg en de taal onbekend. Eind 1919 ontstond het eerste comité dat zich specifiek met Hongaarse kinderen bezighield, enkele maanden later gevolgd door een tweede comité. Het oudste comité was neutraal van karakter, al bestond het bestuur uit predikanten en predikantskinderen.

Foto Amstelveen
(Bron Stadsarchief Amsterdam Beeldbank - 2019)

Hongaarse kindertrein op het station van Utrecht, kort voor vertrek in 1926

Het andere comité, spoedig daarna opgericht, was katholiek van aard. Hoeveel vrijwilligers erbij betrokken waren is niet bekend, maar dat moeten er vele honderden, zo niet duizenden zijn geweest. Officieel werd de actie in 1926 beëindigd, maar hier en daar reed af en toe nog een trein tot in 1930. De meeste kinderen gingen na hun verblijf in Nederland gewoon weer naar huis, sommigen bleven. Geschat werd dat het om zo’n 3000 kinderen ging die niet naar huis terugkeerden, om uiteenlopende redenen.

Conferentie
Lange tijd was de beschreven actie zowel in Nederland als in Hongarije tamelijk onbekend, maar in 2018 werd er aan de ELTE universiteit te Boedapest een conferentie georganiseerd door dr. Orsolya Réthelyi, waaraan ook onze Amstelveense plaatsgenoot dr. M.J. Aalders meewerkte. Het was het begin van een vruchtbare samenwerking. In Kampen zal op 6 en 7 februari 2020 een vervolgconferentie plaatsvinden (zie aankondiging). Dan zal ook een boek over de kindertreinen worden gepresenteerd.

Op de internationale conferentie 'De kindertreinen en verder - Culturele, religieuze en politieke betrekkingen tussen Hongarije en de Lage Landen in het interbellum' worden recente onderzoeksresultaten over dit thema gepresenteerd. Ook zullen de contacten tussen Hongarije, Nederland en Vlaanderen op verschillende manieren besproken worden en voor een breder publiek toegankelijk worden gemaakt. Tevens kunnen er persoonlijke verhalen worden uitgewisseld. Als geheel zal het programma aandacht hebben voor kwesties als de ontmoeting tussen twee culturen, persoonlijke identiteit en maatschappelijke herinnering.

De lezingen van Duitse, Vlaamse, Hongaarse en Nederlandse onderzoekers zijn gericht op een breder publiek. Een boek met bijdragen van de conferentie te Boedapest over kindertreinen (2018) wordt op de conferentie gepresenteerd. In het rondetafelgesprek worden mensen die persoonlijk betrokken zijn bij het thema van de kindertreinen bevraagd over de centrale onderwerpen van de conferentie.

Met de toneelvoorstelling 'Een bijzondere vrouw' van Rudi Hermans worden de besprekingen en discussies verrijkt met een bezinning op de vraag hoe het thema kindertreinen in de kunst weerspiegeld wordt. In het toneelstuk wordt zichtbaar hoe de komst van een Hongaars kind in een Vlaams dorp een rijk netwerk van literaire en historische teksten, vertalingen en kunstuitingen heeft voortgebracht, zowel in Vlaanderen als in Hongarije.

Tijdens de conferentie zijn er twee roll-up tentoonstellingen: een over de Belgische kinderacties (De 'Hongaartjes'. Belgisch-Hongaarse kinderacties (1923-1927 en 1946- 1948) van KADOC en een over Hongaars-Nederlandse culturele contacten.

Foto Amstelveen
(Foto Gerrit Kiers - 2019)

Orsolya Réthelyi, Vakgroep Neerlandistiek aan de Eötvös Loránd Universiteit in Budapest op de foto met historicus Maarten J. Aalders in oktober 2019 in Esztergom, Hongarije


Foto Amstelveen
(Bron Orsolya Réthelyi - 2019)

De flyer van de conferentie 'Kindertreinen en verder' wordt georganiseerd door de The Neo-Calvinism Research Institute van de Theologische Universiteit Kampen en de Vakgroep Neerlandistiek van de Eötvös Loránd Universiteit (ELTE), in samenwerking met de Ambassade van Hongarije in Nederland. Ze maakt deel uit een groter project van de internationale onderzoeksgroep Migratie, cultuur en identiteit, opgericht rond het thema van de Hongaarse, Nederlandse en Belgische kindertreinen en migratie


Datum: 6 en 7 februari 2020.
Locatie: St Anna Kapel, Theologische Universiteit, Broederweg 15, Kampen.
Voertaal: Nederlands/Engels.

Het programma is te vinden op www.adckampen.nl De toegangsprijs (inclusief koffie/thee en lunch) voor deze conferentie is € 20 (of € 10 voor één dag); deelname aan het diner op 6 februari kost € 15. U kunt zich aanmelden door u vóór 1 februari 2020 te registreren via info@adckampen.nl Wilt u eerst meer informatie mail dan ook naar: info@adckampen.nl of bel met 038 – 44 717 30



De tentoonstelling getiteld 'Kleine Hongaren' was tot 1 december 2019 geopend in het Damjanich János Museum in Szolnok. De 8 tafels vertelden het verhaal van Hongaarse kinderen die naar België gereisd als onderdeel van een liefdadigheidscampagne na de Eerste Wereldoorlog, de Tweede Wereldoorlog en de revolutie van 1956


Maarten J. Aalders is freelance historicus en houdt zich in het bijzonder bezig met de Nederlandse kerkgeschiedenis vanaf 1795. Hij studeerde theologie aan de Vrije Universiteit en was predikant te Woubrugge en Amstelveen in de Handwegkerk. In 1990 promoveerde hij bij dr. C. Augustijn op een studie over de jongere ethische theologie. Daarna volgde een reeks van artikelen en publicaties. Hij schreef onder meer over de komst van de toga en over 125 jaar Faculteit der Godgeleerdheid aan de VU. Zijn opus magnum tot nog toe is de biografie van J.G. Geelkerken, die in 2013 verscheen. Men zie zijn bibliografie die op deze site is opgenomen. Sinds januari 2016 richt hij zich op de relatie tussen Nederland en Hongarije gedurende het Interbellum. Regelmatig is hij in Budapest. Daar heeft hij onder meer scans gemaakt in het archief van J. Sebestyén (1884-1950), de Hongaarse Kuyper. De verwachting is dat er de komende jaren regelmatig aandacht aan de relatie Nederland-Hongarije zal worden besteed, mede op basis van dit archief. Lees meer over: Pleegkinderen uit Hongarije

Maarten Aalders zou nog heel graag meer willen weten over de ervaring van de Hongaarse kinderen die na hun vakantie in Nederland of België achterbleven en/of van mensen die kinderen in huis hadden. Kijk voor contact op de website van
M.J. Aalders of mail naar de redactie van amstelveenweb.com



Amstelveenweb.com is niet verantwoordelijk voor de inhoud van de nieuwsberichten.