Bijgewerkt: 3 augustus 2020

stratenregister


Straten startpagina

Amstelhoven
Buitenplaats aan de Amstel met "plaisiertuyn".

De Buitenplaats Amstelhoven bestaat niet meer. In het boek 'Amstelveen - Acht eeuwen geschiedenis' staat geschreven: Evenmin bestaat meer het noordelijk van 'Amstelvliet' gelegen buiten 'Amstelhoven', dat in enige lotsverbondenheid met 'Amstelvliet' zijn loopbaan begon, zoals wij bij de. bespreking van dit buiten gezien hebben. In 1732 wordt het drietal aldus omschreven:

1° 'huisinge en getimmertens staande op de hofstede van Gerrit  Nieuwenhuijsen, huurwaarde: ƒ 50,- per jaar('Amstelvliet');'  20 'een huijsie, dat jaarlijks verhuurd wordt voor ƒ 25, . Eigenaar: Gerrit Nieuwenhuijsen ('Amstelhoven');' 30 'een tuin van Gerrit Nieuwenhuijsen, sijnde hierbij nog 12 morgen lants ('Amstelland') en de boerenbruiker 'Amstelhoven'.

Wij zagen deze drie op 10 mei 1784 in het bezit komen van Carel van Henghel. Zijn enige dochter, Judith Hermana Elisabeth van Hengel, gesproten uit zijn huwelijk met Margaretha van Resant, trouwde met Cornelis van Sorgen. Op 23 mei 1807 verkochten zij de buitenplaats genaamd 'Amstelhoven' met zijn herenhuis en verder de boerenbruiker genaamd 'Amstelhoven' met huizing, stalling en 12 morgen land en nog de tuin met heerenhuizing en koepel genaamd ''Amstelland, gelegen achter de gemelde boerenbruiker, voor ƒ 5.300,- aan Pieter Christoffel Schröder. Toen diens vrouw, Geertruij Kuijper, overleed werd op 9 september 1810 de helft van het hele complex op haar man overgeboekt. Hij hertrouwde met Engelina Pieters, die bij de scheiding van de boedel van wijlen haar man op 19 augustus 1822 'de buitenplaats met deszelfs heerenhuizing, koepel en tuin' ontvangt.

Engelina hertrouwt weer met Hendrik Florijn. Dit echtpaar verkoopt 'de buitenplaats, genaamd Amstelhoven, met deszelfs herenhuizing' voor ƒ 1.550 aan de heer Johann Wilhelm Statius Muller, predikant bij de Luthersche Gemeente te Amsterdam (7 maart 1828). Misschien betrof het hier een verkapte schenking, want Ds. Statius Muller doet de buitenplaats op 16 augustus 1830 alweer van de hand voor ƒ 3.000,-.