Struikeldrempel geplaatst
Randwijcklaan 13
bij de kleine Sjoel - 2026
Foto's -> Gebeurtenissen -> Herdenkingen
(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)
Bron: Amstelveen - 21-04-2026

(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)
Op de zonnige dag van 21 april 2026 kwamen veel mensen naar de Randwijcklaan 13 om getuige te zijn van de plaatsing van een struikeldrempel // stolperdrempel. De plaatsing hiervan is ter nagedachtenis van de 239 Joodse inwoners van Amstelveen die op 12 en 13 mei 1942 vanaf dit adres gedwongen verhuisd werden naar Amsterdam, en later geïnterneerd werden in Westerbork en gedeporteerd naar de concentratiekampen. Stolpersteine, sinds 1992 gemaakt door de kunstenaar Gunter Demnig zijn messing steentjes waarmee we de slachtoffers van het nationaal-socialisme rond en tijdens de Tweede Wereldoorlog herdenken. Ze herdenken slachtoffers van het naziregime (vooral Joden, maar ook Sinti, Roma, en verzetsstrijders) voor hun voormalige woonhuizen. Met naam, geboorte- en overlijdensdatum vormen ze een persoonlijk, verspreid monument, ook in diverse straten van Amstelveen.

(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)
Er zijn veel mensen getuige van deze bijzondere gebeurtenis, waaronder
wethouder Floor Gordon en Roland Vos, maar ook ....

(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)
..... Herbert Raat, wethouder Cultureel Erfgoed en....

(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)
.... Michel Becker van Actief voor Amstelveen

(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)
Wethouder Marijn van Ballgooijen bekijkt met de gemeenteambtenaar de plek waar de struikeldrempel moet komen

(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)
De stoep is klaar voor plaatsing
Rond 15.30 uur was iedereen er klaar voor en kreeg de burgemeester van Amstelveen, Tjapko Poppens het woord:
Dames en heren,
Goed dat wij hier vandaag samen zijn. Dit is een bijzondere plek, met een bijzondere en pijnlijke geschiedenis. Vandaag plaatsen wij hier, bij de voormalige synagoge aan de Randwijcklaan 13, een Stolperdrempel. Ter nagedachtenis aan de 239 Joodse inwoners van Amstelveen die op 12 en 13 mei 1942 vanaf deze plek gedwongen naar Amsterdam vertrokken. Het waren mensen zoals u en ik, die hier woonden, werkten, hun kinderen opvoedden en vrienden hadden. Vanuit Amsterdam werden zij geïnterneerd in Westerbork en van daaruit gedeporteerd naar de concentratiekampen. De meesten van hen keerden nooit terug.
Deze Stolperdrempel is een initiatief van Dolf van den Bos, schrijver van het boek Tuindorp Randwijck. Dank je wel, Dolf.
In Amstelveen zijn inmiddels 51 struikelstenen geplaatst in de trottoirs voor woningen waar Joodse oorlogsslachtoffers voor het laatst in vrijheid hebben geleefd. Waar Stolpersteine individuele slachtoffers herdenken, markeert een Stolperdrempel het lot van een groep mensen.

(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)
Tjapko Poppens tijdens zijn speech
Deze drempel staat voor een verhaal dat niet iedereen kent en eigenlijk al begint voor 12 mei 1942. In het voorjaar van 1942 kregen de Joodse inwoners van Amstelveen te horen dat zij niet langer in deze gemeente mochten wonen. Vanaf 13 mei moesten zij verhuizen naar Amsterdam, waar de Joden uit de regio werden samengebracht. Dat was een bewuste stap in een groter plan: het isoleren, uitsluiten en uiteindelijk deporteren van Joden uit onze samenleving. In april gingen Nederlandse collaborateurs al langs de huizen om hun bezittingen te inventariseren. Meubels, servies, persoonlijke spullen: alles werd vastgelegd om later te weg te roven. Veel gezinnen probeerden in stilte nog iets onder te brengen bij buren of vrienden.
En toen kwamen 12 en 13 mei. Twee dagen waarin 239 Amstelveense Joden hun huizen moesten verlaten. Met één koffer of rugzak. Buren stonden achter de ramen. Sommigen zwaaiden. Sommigen huilden. Bij halte Kalfjeslaan stonden bussen klaar. “Alles verliep zonder problemen,” meldde de politie later. De bussen reden naar quarantainekamp Zeeburg. Om de mensen te ontluizen. Weer een vernedering. Daarna volgde voor velen Westerbork. En vervolgens het Oosten. Een kleine groep wist onder te duiken. Enkelen zagen geen uitweg meer en beroofden zich van het leven. In hun verlaten, lege huizen trokken Duitsers en NSB’ers.
Dit is één van de grootste littekens van Amstelveen. Intens tragisch, en ook ongemakkelijk. Daarom vinden wij het belangrijk om ons Joods historisch erfgoed te behouden. Erfgoed gaat niet alleen over gebouwen, maar vooral over mensen. Over namen, levens, keuzes en gevolgen. Met deze Stolperdrempel maken we zichtbaar wat nooit vergeten mag worden. In de straat. In het dagelijks leven. Confronterend, pijnlijk, maar noodzakelijk. Zeker in deze tijd. Want het minste wat wij kunnen doen, is blijven herinneren. Blijven vertellen. En blijven doorgeven aan de generaties na ons.
Tot slot, wil ik kort nog iets zeggen tegen Esther Veenboer. Jij bent de initiatiefnemer van de adoptie van de namen van de Joodse slachtoffers uit Amstelveen op het namenmonument in Amsterdam. Daar ga jij zelf zo ook nog iets over zeggen, maar ook jou wil ik bedanken.
Na zijn woorden kreeg Daniël Metz het woord. Hij is initiatiefnemer van Stichting Joods Maatschappelijk Werk (JMW). Een initiatief van Stichting Joods Maatschappelijk Werk (JMW) is om de huidige Joodse gemeenschap, met hulp van erfgoed, te verbinden met het eigen Joodse verleden en bruggen te slaan voorbij de vertrouwensbreuk van de Tweede Wereldoorlog. Ook is hij bestuurslid van de Stichting Netwerk Joods Erfgoed Nederland, lid van de werkgroep Randwijcklaan 13 en oprichter van de historische routes in Amstelveen.

(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)
Daniël Metz vertelt onder meer over Joods erfgoed
Burgemeester, hartelijk dank. Dank voor de uitnodiging om hier een paar woorden te mogen spreken. We staan hier niet bij zomaar een gebouw, maar bij een belangrijke drager van de identiteit van Amstelveen. Iedere stad heeft een gelaagd verhaal en draagt meerdere identiteiten in zich. Dit gebouw zegt heel veel over de relatie van de gemeente Amstelveen met de Joodse gemeenschap in de stad, net zoals de bloesemtuin in het Amsterdamse Bos de relatie van de gemeente met de Japanse gemeenschap onderstreept. Over die relatie en identiteit wil ik een paar woorden zeggen. Ik sta hier vanuit verschillende hoedanigheden. Ik ben verbonden aan JMW, waar ik Platform JEI heb opgezet. De letters J-E-I staan voor Joods Erfgoed en Identiteit. Dit is een manier om mensen met een Joodse achtergrond (in de breedste zin) in contact te brengen met hun eigen Joodse erfgoed en ze daar ook een band mee aan te laten gaan. Daarnaast ben ik bestuurslid van de Stichting Netwerk Joods Erfgoed Nederland, dat zich inzet voor een beter beheer en behoud van Joods erfgoed, van Limburg tot Groningen en alles daar tussenin. Beide initiatieven zijn voortgekomen uit een besef dat er (vóór 2023) geen beleid was ten opzichten van Joods erfgoed in Nederland en dat er ook geen eenduidige vertegenwoordiger was vanuit de Joodse gemeenschap. In het proces om tot deze twee initiatieven te komen heeft dit gebouw in Amstelveen voor mij een belangrijke rol gespeeld.
In 2017 (beide initiatieven bestonden nog niet) maakte ik deel uit van de actiegroep die ervoor gezorgd heeft dat dit gebouw bewaard is gebleven. U kent mogelijk het verhaal dat het houten gebouwtje al aan een projectontwikkelaar was verkocht, toen de gemeente zich het belang van deze plek besefte. Het heeft het gebouw weer teruggekocht, waar we de gemeente zeer erkentelijk voor zijn. Zoals we vandaag zien is het gebouw uitgegroeid tot een plek van bezinning, verbinding en meer (dat‘meer’ daar kom ik later op terug). Mijn aandeel in de actiegroep was heel gering. In de actiegroep zaten bewoners van de Randwijcklaan en omgeving, die zich hard maakten voor behoud van de geschiedenis maar ook van de architectuur. Want daar is ook veel voor te zeggen. Er waren mensen uit het maatschappelijke veld die vanuit verschillende disciplines expertise aandroegen. Een aantal mensen kwam uit ambtelijke kringen, met kennis van bestuurlijke procedures (heel belangrijk!) en ikzelf met een Joodse achtergrond en historische scholing. (Maar met het historisch besef zat het wel goed in deze groep). Directe persoonlijke binding vanuit familiegeschiedenis was er niet. Dat maakt deze actie ook heel inzichtelijk. Als er geen nabestaanden meer zijn, moeten het initiatief komen van betrokken en historisch bewuste individuen; bewoners die zich ontfermen over de fysieke nalatenschap van de geschiedenis. In dit geval Joodse geschiedenis.
Juist in een gemeente als Amstelveen is het mooi om te zien dat die betrokken bewoners er zijn. En opvallend genoeg, voor een groot deel van buiten de Joodse gemeenschap. Want dit gebouw is binnen de Joodse gemeenschap nauwelijks bekend. Amstelveen staat bekend als een groeigemeente van na de Tweede Wereldoorlog. Het huisvest inmiddels de grootste Joodse gemeenschap van Nederland (samen met Amsterdam), maar dat Amstelveen ook een vooroorlogse Joodse geschiedenis heeft, is nagenoeg onbekend. Daarom is het zo belangrijk dat er een fysieke, tastbare plek is die bijdraagt aan de ervaring en beleving van dat verleden. En helemaal als die geschiedenis hier heeft plaatsgevonden. Dit is geen object in een museum, dit is de plek waar de geschiedenis zich heeft afgespeeld. Het Joodse verhaal van deze plek beslaat feitelijk maar een heel korte periode (14 jaar), maar is daardoor niet minder belangrijk. Binnenkort verschijnt het indrukwekkende boek van hoogleraar Bart Wallet, met de titel ‘Hoop en wanhoop, op zoek naar de wortels van de Amstelveense Joodse gemeenschap’. Daarin wordt de Joodse geschiedenis van Amstelveen van vóór, tijdens en na de oorlog uitvoerig besproken. Dit gebouw komt daarin uiteraard uitgebreid aan bod.
De synagoge is in 1928 in gebruik genomen als gebedsruimte voor enkele Joden uit Randwijck en omgeving. Zoals bekend is Amstelveen vanaf begin 1900 opgezet als forensenstad. Dat trok burgers die meer rust en ruimte zochten. Daaronder waren ook Joodse Amsterdammers, die voor het merendeel al wat verder afstonden van de Joodse traditie. Om hier te wonen betekende immers dat je minder toegang had tot Joodse voorzieningen, zoals synagogen, scholen en koosjer voedsel. Behoefte aan een eigen gemeenschapsruimte was er aanvankelijk niet. Het duurde tot 1928 voordat enkele gezinnen zich organiseerden en diensten gingen houden. De gemeenschap die zich hier vormde was dan ook niet groot. De houten synagoge representeert in dat opzicht geenszins de cultuur en identiteit van alle vooroorlogse Joodse bewoners van Amstelveen. Maar door het abrupte einde; het gegeven dat dit gebouw een rol heeft vervuld als dependance van de Joodse Raad, waar bijvoorbeeld Jodensterren gehaald moesten worden; het korte tijd dienst heeft gedaan als verplichte joodse school, maakt dit tot een vertegenwoordiger van een groter verhaal. Bovendien is dit het enige en meest herkenbare overblijfsel van het Joodse leven van toen. Het vormt nu de gematerialiseerde binding die we kunnen voelen met dat verleden. Vanuit dat perspectief vertegenwoordigt dit gebouw weldegelijk de hele vooroorlogse gemeenschap. Ook al was een groot deel daarvan helemaal niet religieus en soms zelfs sterk geassimileerd. Even verderop aan de Prins Bernardlaan staat het oorlogsmonument voor de 166+ weggevoerde en vermoorde Amstelveense Joden. Dat is, in mijn beleving, een monument dat herinnert aan de bezetting, het virulent antisemitisme en het brute einde van vele onschuldige levens.
Deze plek daarentegen representeert het leven, de veerkracht, de pioniersmentaliteit van een nieuwe gemeenschap in een jonge stad. Het staat voor het vormen van een nieuwe leefgemeenschap in zijn vele vormen. Hier werd lief en leed gedeeld (hier werd getrouwd, bar mitswas gevierd, maar ook gebeden en gerouwd om ziekte en verlies). Dit gebouw staat symbool voor alle +/- 350 vooroorlogse Joden die in deze forensenstad een plek hebben gezocht en gevonden. Daarmee vormt het de meest tastbare verbinding van het heden met het verleden. De continuïteit van de geschiedenis, met de oorlog als niet meer dan een buitengewoon pijnlijke onderbreking. Daarin kan deze plek ook een helende werking hebben. Maar deze plek is niet alleen een historische plek. Nu het als gemeentelijk monument is aangemerkt en als zodanig wordt gekoesterd, wordt het ook een plek van ontmoeting en verbinding in het heden. Zoals we buiten en binnen in het gebouw kunnen zien is het een plek geworden om steeds nieuwe verhalen aan te verbinden. Een aantal jaren geleden heb ik vanuit mijn organisatie Museum zonder Muren, een geschiedenispaneel mogen maken, Vandaag wordt er een stolperdrempel gelegd en Willemijn Paijmans heeft binnen een educatieve ruimte ingericht, waar de geschiedenis wordt toegelicht. In de toekomst zullen vast meer herinneringen aan deze plek worden toegevoegd. Het gebouwtje zal zich verder ontwikkelen als centraal punt waar verleden en heden samenkomen, en waar elementen van de historische Joodse binding met Amstelveen zichtbaar en vooral invoelbaar kunnen worden gemaakt.

(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)
Esther Veenboer tijdens haar speech
Als laatste spreker werd de microfoon overhandigd aan Esther Veenboer. Zij was raadslid PvdA Amstelveen en initiatiefnemer van de adoptie van de namen van de Joodse slachtoffers uit Amstelveen van het namenmonument uit Amsterdam. Zij begon haar speech met de woorden: Weten waar we vandaan komen helpt bij het weten waar we naar toe gaan.
Bewustzijn van het verleden is meer dan alleen het eren van helden en het herdenken van slachtoffers op vaste momenten. Het is iets van elke dag en van elk moment. Daar hoort ook bij dat je de rauwe randen in ogenschouw neemt. Bij tijd en wijle zou je denken dat ongeveer heel Nederland in het verzet heeft gezeten, maar we weten inmiddels heel goed dat dát niet de waarheid is. Een deel liep van harte mee, uit overtuiging, of uit aansluiting zoeken met de (vermoedelijke) winnaars, een heel klein deel verzette zich met gevaar voor eigen leven en het merendeel deed niets, om “lijf en goed” te sparen.
De mensen die terugkeerden werden koud en kil ontvangen, vonden anderen in hun huizen en moesten daar soms nog achterstallige lasten over betalen. De huidige tijd toont dat we volgende generaties moeten blijven confronteren met deze gebeuretnissen en met dergelijke dilemma’s. Blijven uitdagen om na te blijven denken en blijven wijzen op hoe makkelijk het is om af te glijden naar onverdraagzaamheid, intolerantie en, nog erger, onverschilligheid.
In Amsterdam was men in 2016/2017 bezig met het oprichten van een monument dat alle namen van de 102.000 Nederlandse Joden, Roma en Sinti slachtoffers van de Holocaust zou dragen die nooit een echt graf hebben gekregen. Ik was in die tijd ook bekend geraakt met het Holocaust Namen Project dat geld inzamelde om dit monument mogelijk te maken door namen van slachtoffers te adopteren tegen een financiële bijdrage. Mijn vader is geboren en opgegroeid in Amsterdam Oost, de 3e Oosterparkstraat en heeft in oorlog gezien hoe zijn joodse vriendjes uit hun huizen werden gehaald. Een daarvan was zijn beste vriendje Manuel. In de weken voor mijn vaders overlijden sprak hij plotseling vaak en emotioneel over Manuel. Nadat mijn vader was overleden heb ik uit zijn naam Manuel en zijn familie geadopteerd. Zo waren ze toch weer een beetje bij elkaar.
Toen ik daarmee bezig was zag ik op de website Holocaust Namenmonument dat verschillende gemeenten in Nederland hadden besloten om de namen van uit hun gemeente weggevoerde slachtoffers te eren, door deze namen te adopteren en bedacht dat wil ik ook! (ik heb het dus afgekeken) Toen in de Raad het onderwerp verhogen historisch besef aan de orde kwam, als onderdeel van het Programma mensen maken Amstelveen, heb ik bij de behandeling in raad in een motie het verzoek gedaan om namens de gemeente Amstelveen de namen van uit Amstelveen weggevoerde inwoners te adopteren. Door ons op deze wijze te ontfermen over de namen van de slachtoffers van toen, door ze een plaats te geven hier in Amstelveen dragen we ook bij aan een blijvende waarschuwing voor de dramatische gevolgen die racisme en discriminatie kunnen hebben.
Het initiatief voor een Amstelveens namenmonument ontstond trouwens rond diezelfde tijd, maar stond los van mijn initiatief. Ze bestaan nu mooi naast elkaar.
Verder verzocht ik, om het historisch besef nog meer te vergroten, in overleg met de betrokken organisaties te onderzoeken of, en op welke wijze, scholen zouden kunnen worden betrokken bij het adopteren van namen en het terug ontvangen van de namen in Amstelveen. Het betrekken van het onderwijs is helaas (nog) niet helemaal van de grond gekomen, al is er wel een educatieve functie gegeven aan het gebouw. Het ontvangen van de certificaten met de namen heeft ook even geduurd, bijna 10 jaar, maar ik ben altijd blijven volhouden, om de certificaten met de namen op een respectvolle manier, op deze waardige plek te ontvangen. Niet alleen omdat dit een verdrietige plek is, maar ook een bewijs van Joods leven dat hier altijd was en is én moet blijven.
Bij de behandeling van het onderzoek naar Joods vastgoed merkte wethouder Raat nog op, toen ik er weer eens op wees dat de certificaten nog steeds net waren ontvangen op een wijze als toegezegd, dat 'als Mevrouw Veenboer iets wil, ze dat meestal wel krijgt'. Waarvan akte. Dat is nu eindelijk gelukt. Nu nog een plein of straat vernoemen naar de Amstelveense Jetty Paerl /Jetje van Radio Oranje, dan ben ik volledig tevreden.
Rond de klok van 4 is het dan zover en wordt de struikeldrempel geplaatst, keurig passend in de stoep net voor de trap naar Villa Randwijck.

(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)

(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)

(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)
Zoals bij elke plaatsing worden er rozen bij de struikelsteen geplaatst, deze keer door de leden van Erfgoed Amstelveen: Daniël Metz, Annemieke Brouwer-van de Wetering, voormalig voorzitter van de Vereniging Historisch Amstelveen en Dolf van den Bos, auteur van het boek het Tuindorp Randwijck het boek Randwijck en

(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)
In kleine groepjes kon men vervolgens de educatieve ruimte bezoeken van Villa Randwijck en daar een borrel drinken op deze mooie en nooit meer te vergeten gebeurtenis.

(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)
Op de zonnige dag van 21 april 2026 kwamen veel mensen naar de Randwijcklaan 13 om getuige te zijn van de plaatsing van een struikeldrempel // stolperdrempel. De plaatsing hiervan is ter nagedachtenis van de 239 Joodse inwoners van Amstelveen die op 12 en 13 mei 1942 vanaf dit adres gedwongen verhuisd werden naar Amsterdam, en later geïnterneerd werden in Westerbork en gedeporteerd naar de concentratiekampen. Stolpersteine, sinds 1992 gemaakt door de kunstenaar Gunter Demnig zijn messing steentjes waarmee we de slachtoffers van het nationaal-socialisme rond en tijdens de Tweede Wereldoorlog herdenken. Ze herdenken slachtoffers van het naziregime (vooral Joden, maar ook Sinti, Roma, en verzetsstrijders) voor hun voormalige woonhuizen. Met naam, geboorte- en overlijdensdatum vormen ze een persoonlijk, verspreid monument, ook in diverse straten van Amstelveen.

(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)
Er zijn veel mensen getuige van deze bijzondere gebeurtenis, waaronder
wethouder Floor Gordon en Roland Vos, maar ook ....

(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)
..... Herbert Raat, wethouder Cultureel Erfgoed en....

(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)
.... Michel Becker van Actief voor Amstelveen

(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)
Wethouder Marijn van Ballgooijen bekijkt met de gemeenteambtenaar de plek waar de struikeldrempel moet komen

(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)
De stoep is klaar voor plaatsing
Rond 15.30 uur was iedereen er klaar voor en kreeg de burgemeester van Amstelveen, Tjapko Poppens het woord:
Dames en heren,
Goed dat wij hier vandaag samen zijn. Dit is een bijzondere plek, met een bijzondere en pijnlijke geschiedenis. Vandaag plaatsen wij hier, bij de voormalige synagoge aan de Randwijcklaan 13, een Stolperdrempel. Ter nagedachtenis aan de 239 Joodse inwoners van Amstelveen die op 12 en 13 mei 1942 vanaf deze plek gedwongen naar Amsterdam vertrokken. Het waren mensen zoals u en ik, die hier woonden, werkten, hun kinderen opvoedden en vrienden hadden. Vanuit Amsterdam werden zij geïnterneerd in Westerbork en van daaruit gedeporteerd naar de concentratiekampen. De meesten van hen keerden nooit terug.
Deze Stolperdrempel is een initiatief van Dolf van den Bos, schrijver van het boek Tuindorp Randwijck. Dank je wel, Dolf.
In Amstelveen zijn inmiddels 51 struikelstenen geplaatst in de trottoirs voor woningen waar Joodse oorlogsslachtoffers voor het laatst in vrijheid hebben geleefd. Waar Stolpersteine individuele slachtoffers herdenken, markeert een Stolperdrempel het lot van een groep mensen.

(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)
Tjapko Poppens tijdens zijn speech
Deze drempel staat voor een verhaal dat niet iedereen kent en eigenlijk al begint voor 12 mei 1942. In het voorjaar van 1942 kregen de Joodse inwoners van Amstelveen te horen dat zij niet langer in deze gemeente mochten wonen. Vanaf 13 mei moesten zij verhuizen naar Amsterdam, waar de Joden uit de regio werden samengebracht. Dat was een bewuste stap in een groter plan: het isoleren, uitsluiten en uiteindelijk deporteren van Joden uit onze samenleving. In april gingen Nederlandse collaborateurs al langs de huizen om hun bezittingen te inventariseren. Meubels, servies, persoonlijke spullen: alles werd vastgelegd om later te weg te roven. Veel gezinnen probeerden in stilte nog iets onder te brengen bij buren of vrienden.
En toen kwamen 12 en 13 mei. Twee dagen waarin 239 Amstelveense Joden hun huizen moesten verlaten. Met één koffer of rugzak. Buren stonden achter de ramen. Sommigen zwaaiden. Sommigen huilden. Bij halte Kalfjeslaan stonden bussen klaar. “Alles verliep zonder problemen,” meldde de politie later. De bussen reden naar quarantainekamp Zeeburg. Om de mensen te ontluizen. Weer een vernedering. Daarna volgde voor velen Westerbork. En vervolgens het Oosten. Een kleine groep wist onder te duiken. Enkelen zagen geen uitweg meer en beroofden zich van het leven. In hun verlaten, lege huizen trokken Duitsers en NSB’ers.
Dit is één van de grootste littekens van Amstelveen. Intens tragisch, en ook ongemakkelijk. Daarom vinden wij het belangrijk om ons Joods historisch erfgoed te behouden. Erfgoed gaat niet alleen over gebouwen, maar vooral over mensen. Over namen, levens, keuzes en gevolgen. Met deze Stolperdrempel maken we zichtbaar wat nooit vergeten mag worden. In de straat. In het dagelijks leven. Confronterend, pijnlijk, maar noodzakelijk. Zeker in deze tijd. Want het minste wat wij kunnen doen, is blijven herinneren. Blijven vertellen. En blijven doorgeven aan de generaties na ons.
Tot slot, wil ik kort nog iets zeggen tegen Esther Veenboer. Jij bent de initiatiefnemer van de adoptie van de namen van de Joodse slachtoffers uit Amstelveen op het namenmonument in Amsterdam. Daar ga jij zelf zo ook nog iets over zeggen, maar ook jou wil ik bedanken.
Na zijn woorden kreeg Daniël Metz het woord. Hij is initiatiefnemer van Stichting Joods Maatschappelijk Werk (JMW). Een initiatief van Stichting Joods Maatschappelijk Werk (JMW) is om de huidige Joodse gemeenschap, met hulp van erfgoed, te verbinden met het eigen Joodse verleden en bruggen te slaan voorbij de vertrouwensbreuk van de Tweede Wereldoorlog. Ook is hij bestuurslid van de Stichting Netwerk Joods Erfgoed Nederland, lid van de werkgroep Randwijcklaan 13 en oprichter van de historische routes in Amstelveen.

(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)
Daniël Metz vertelt onder meer over Joods erfgoed
Burgemeester, hartelijk dank. Dank voor de uitnodiging om hier een paar woorden te mogen spreken. We staan hier niet bij zomaar een gebouw, maar bij een belangrijke drager van de identiteit van Amstelveen. Iedere stad heeft een gelaagd verhaal en draagt meerdere identiteiten in zich. Dit gebouw zegt heel veel over de relatie van de gemeente Amstelveen met de Joodse gemeenschap in de stad, net zoals de bloesemtuin in het Amsterdamse Bos de relatie van de gemeente met de Japanse gemeenschap onderstreept. Over die relatie en identiteit wil ik een paar woorden zeggen. Ik sta hier vanuit verschillende hoedanigheden. Ik ben verbonden aan JMW, waar ik Platform JEI heb opgezet. De letters J-E-I staan voor Joods Erfgoed en Identiteit. Dit is een manier om mensen met een Joodse achtergrond (in de breedste zin) in contact te brengen met hun eigen Joodse erfgoed en ze daar ook een band mee aan te laten gaan. Daarnaast ben ik bestuurslid van de Stichting Netwerk Joods Erfgoed Nederland, dat zich inzet voor een beter beheer en behoud van Joods erfgoed, van Limburg tot Groningen en alles daar tussenin. Beide initiatieven zijn voortgekomen uit een besef dat er (vóór 2023) geen beleid was ten opzichten van Joods erfgoed in Nederland en dat er ook geen eenduidige vertegenwoordiger was vanuit de Joodse gemeenschap. In het proces om tot deze twee initiatieven te komen heeft dit gebouw in Amstelveen voor mij een belangrijke rol gespeeld.
In 2017 (beide initiatieven bestonden nog niet) maakte ik deel uit van de actiegroep die ervoor gezorgd heeft dat dit gebouw bewaard is gebleven. U kent mogelijk het verhaal dat het houten gebouwtje al aan een projectontwikkelaar was verkocht, toen de gemeente zich het belang van deze plek besefte. Het heeft het gebouw weer teruggekocht, waar we de gemeente zeer erkentelijk voor zijn. Zoals we vandaag zien is het gebouw uitgegroeid tot een plek van bezinning, verbinding en meer (dat‘meer’ daar kom ik later op terug). Mijn aandeel in de actiegroep was heel gering. In de actiegroep zaten bewoners van de Randwijcklaan en omgeving, die zich hard maakten voor behoud van de geschiedenis maar ook van de architectuur. Want daar is ook veel voor te zeggen. Er waren mensen uit het maatschappelijke veld die vanuit verschillende disciplines expertise aandroegen. Een aantal mensen kwam uit ambtelijke kringen, met kennis van bestuurlijke procedures (heel belangrijk!) en ikzelf met een Joodse achtergrond en historische scholing. (Maar met het historisch besef zat het wel goed in deze groep). Directe persoonlijke binding vanuit familiegeschiedenis was er niet. Dat maakt deze actie ook heel inzichtelijk. Als er geen nabestaanden meer zijn, moeten het initiatief komen van betrokken en historisch bewuste individuen; bewoners die zich ontfermen over de fysieke nalatenschap van de geschiedenis. In dit geval Joodse geschiedenis.
Juist in een gemeente als Amstelveen is het mooi om te zien dat die betrokken bewoners er zijn. En opvallend genoeg, voor een groot deel van buiten de Joodse gemeenschap. Want dit gebouw is binnen de Joodse gemeenschap nauwelijks bekend. Amstelveen staat bekend als een groeigemeente van na de Tweede Wereldoorlog. Het huisvest inmiddels de grootste Joodse gemeenschap van Nederland (samen met Amsterdam), maar dat Amstelveen ook een vooroorlogse Joodse geschiedenis heeft, is nagenoeg onbekend. Daarom is het zo belangrijk dat er een fysieke, tastbare plek is die bijdraagt aan de ervaring en beleving van dat verleden. En helemaal als die geschiedenis hier heeft plaatsgevonden. Dit is geen object in een museum, dit is de plek waar de geschiedenis zich heeft afgespeeld. Het Joodse verhaal van deze plek beslaat feitelijk maar een heel korte periode (14 jaar), maar is daardoor niet minder belangrijk. Binnenkort verschijnt het indrukwekkende boek van hoogleraar Bart Wallet, met de titel ‘Hoop en wanhoop, op zoek naar de wortels van de Amstelveense Joodse gemeenschap’. Daarin wordt de Joodse geschiedenis van Amstelveen van vóór, tijdens en na de oorlog uitvoerig besproken. Dit gebouw komt daarin uiteraard uitgebreid aan bod.
De synagoge is in 1928 in gebruik genomen als gebedsruimte voor enkele Joden uit Randwijck en omgeving. Zoals bekend is Amstelveen vanaf begin 1900 opgezet als forensenstad. Dat trok burgers die meer rust en ruimte zochten. Daaronder waren ook Joodse Amsterdammers, die voor het merendeel al wat verder afstonden van de Joodse traditie. Om hier te wonen betekende immers dat je minder toegang had tot Joodse voorzieningen, zoals synagogen, scholen en koosjer voedsel. Behoefte aan een eigen gemeenschapsruimte was er aanvankelijk niet. Het duurde tot 1928 voordat enkele gezinnen zich organiseerden en diensten gingen houden. De gemeenschap die zich hier vormde was dan ook niet groot. De houten synagoge representeert in dat opzicht geenszins de cultuur en identiteit van alle vooroorlogse Joodse bewoners van Amstelveen. Maar door het abrupte einde; het gegeven dat dit gebouw een rol heeft vervuld als dependance van de Joodse Raad, waar bijvoorbeeld Jodensterren gehaald moesten worden; het korte tijd dienst heeft gedaan als verplichte joodse school, maakt dit tot een vertegenwoordiger van een groter verhaal. Bovendien is dit het enige en meest herkenbare overblijfsel van het Joodse leven van toen. Het vormt nu de gematerialiseerde binding die we kunnen voelen met dat verleden. Vanuit dat perspectief vertegenwoordigt dit gebouw weldegelijk de hele vooroorlogse gemeenschap. Ook al was een groot deel daarvan helemaal niet religieus en soms zelfs sterk geassimileerd. Even verderop aan de Prins Bernardlaan staat het oorlogsmonument voor de 166+ weggevoerde en vermoorde Amstelveense Joden. Dat is, in mijn beleving, een monument dat herinnert aan de bezetting, het virulent antisemitisme en het brute einde van vele onschuldige levens.
Deze plek daarentegen representeert het leven, de veerkracht, de pioniersmentaliteit van een nieuwe gemeenschap in een jonge stad. Het staat voor het vormen van een nieuwe leefgemeenschap in zijn vele vormen. Hier werd lief en leed gedeeld (hier werd getrouwd, bar mitswas gevierd, maar ook gebeden en gerouwd om ziekte en verlies). Dit gebouw staat symbool voor alle +/- 350 vooroorlogse Joden die in deze forensenstad een plek hebben gezocht en gevonden. Daarmee vormt het de meest tastbare verbinding van het heden met het verleden. De continuïteit van de geschiedenis, met de oorlog als niet meer dan een buitengewoon pijnlijke onderbreking. Daarin kan deze plek ook een helende werking hebben. Maar deze plek is niet alleen een historische plek. Nu het als gemeentelijk monument is aangemerkt en als zodanig wordt gekoesterd, wordt het ook een plek van ontmoeting en verbinding in het heden. Zoals we buiten en binnen in het gebouw kunnen zien is het een plek geworden om steeds nieuwe verhalen aan te verbinden. Een aantal jaren geleden heb ik vanuit mijn organisatie Museum zonder Muren, een geschiedenispaneel mogen maken, Vandaag wordt er een stolperdrempel gelegd en Willemijn Paijmans heeft binnen een educatieve ruimte ingericht, waar de geschiedenis wordt toegelicht. In de toekomst zullen vast meer herinneringen aan deze plek worden toegevoegd. Het gebouwtje zal zich verder ontwikkelen als centraal punt waar verleden en heden samenkomen, en waar elementen van de historische Joodse binding met Amstelveen zichtbaar en vooral invoelbaar kunnen worden gemaakt.

(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)
Esther Veenboer tijdens haar speech
Als laatste spreker werd de microfoon overhandigd aan Esther Veenboer. Zij was raadslid PvdA Amstelveen en initiatiefnemer van de adoptie van de namen van de Joodse slachtoffers uit Amstelveen van het namenmonument uit Amsterdam. Zij begon haar speech met de woorden: Weten waar we vandaan komen helpt bij het weten waar we naar toe gaan.
Bewustzijn van het verleden is meer dan alleen het eren van helden en het herdenken van slachtoffers op vaste momenten. Het is iets van elke dag en van elk moment. Daar hoort ook bij dat je de rauwe randen in ogenschouw neemt. Bij tijd en wijle zou je denken dat ongeveer heel Nederland in het verzet heeft gezeten, maar we weten inmiddels heel goed dat dát niet de waarheid is. Een deel liep van harte mee, uit overtuiging, of uit aansluiting zoeken met de (vermoedelijke) winnaars, een heel klein deel verzette zich met gevaar voor eigen leven en het merendeel deed niets, om “lijf en goed” te sparen.
De mensen die terugkeerden werden koud en kil ontvangen, vonden anderen in hun huizen en moesten daar soms nog achterstallige lasten over betalen. De huidige tijd toont dat we volgende generaties moeten blijven confronteren met deze gebeuretnissen en met dergelijke dilemma’s. Blijven uitdagen om na te blijven denken en blijven wijzen op hoe makkelijk het is om af te glijden naar onverdraagzaamheid, intolerantie en, nog erger, onverschilligheid.
In Amsterdam was men in 2016/2017 bezig met het oprichten van een monument dat alle namen van de 102.000 Nederlandse Joden, Roma en Sinti slachtoffers van de Holocaust zou dragen die nooit een echt graf hebben gekregen. Ik was in die tijd ook bekend geraakt met het Holocaust Namen Project dat geld inzamelde om dit monument mogelijk te maken door namen van slachtoffers te adopteren tegen een financiële bijdrage. Mijn vader is geboren en opgegroeid in Amsterdam Oost, de 3e Oosterparkstraat en heeft in oorlog gezien hoe zijn joodse vriendjes uit hun huizen werden gehaald. Een daarvan was zijn beste vriendje Manuel. In de weken voor mijn vaders overlijden sprak hij plotseling vaak en emotioneel over Manuel. Nadat mijn vader was overleden heb ik uit zijn naam Manuel en zijn familie geadopteerd. Zo waren ze toch weer een beetje bij elkaar.
Toen ik daarmee bezig was zag ik op de website Holocaust Namenmonument dat verschillende gemeenten in Nederland hadden besloten om de namen van uit hun gemeente weggevoerde slachtoffers te eren, door deze namen te adopteren en bedacht dat wil ik ook! (ik heb het dus afgekeken) Toen in de Raad het onderwerp verhogen historisch besef aan de orde kwam, als onderdeel van het Programma mensen maken Amstelveen, heb ik bij de behandeling in raad in een motie het verzoek gedaan om namens de gemeente Amstelveen de namen van uit Amstelveen weggevoerde inwoners te adopteren. Door ons op deze wijze te ontfermen over de namen van de slachtoffers van toen, door ze een plaats te geven hier in Amstelveen dragen we ook bij aan een blijvende waarschuwing voor de dramatische gevolgen die racisme en discriminatie kunnen hebben.
Het initiatief voor een Amstelveens namenmonument ontstond trouwens rond diezelfde tijd, maar stond los van mijn initiatief. Ze bestaan nu mooi naast elkaar.
Verder verzocht ik, om het historisch besef nog meer te vergroten, in overleg met de betrokken organisaties te onderzoeken of, en op welke wijze, scholen zouden kunnen worden betrokken bij het adopteren van namen en het terug ontvangen van de namen in Amstelveen. Het betrekken van het onderwijs is helaas (nog) niet helemaal van de grond gekomen, al is er wel een educatieve functie gegeven aan het gebouw. Het ontvangen van de certificaten met de namen heeft ook even geduurd, bijna 10 jaar, maar ik ben altijd blijven volhouden, om de certificaten met de namen op een respectvolle manier, op deze waardige plek te ontvangen. Niet alleen omdat dit een verdrietige plek is, maar ook een bewijs van Joods leven dat hier altijd was en is én moet blijven.
Bij de behandeling van het onderzoek naar Joods vastgoed merkte wethouder Raat nog op, toen ik er weer eens op wees dat de certificaten nog steeds net waren ontvangen op een wijze als toegezegd, dat 'als Mevrouw Veenboer iets wil, ze dat meestal wel krijgt'. Waarvan akte. Dat is nu eindelijk gelukt. Nu nog een plein of straat vernoemen naar de Amstelveense Jetty Paerl /Jetje van Radio Oranje, dan ben ik volledig tevreden.
Rond de klok van 4 is het dan zover en wordt de struikeldrempel geplaatst, keurig passend in de stoep net voor de trap naar Villa Randwijck.

(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)

(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)

(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)
Zoals bij elke plaatsing worden er rozen bij de struikelsteen geplaatst, deze keer door de leden van Erfgoed Amstelveen: Daniël Metz, Annemieke Brouwer-van de Wetering, voormalig voorzitter van de Vereniging Historisch Amstelveen en Dolf van den Bos, auteur van het boek het Tuindorp Randwijck het boek Randwijck en

(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)
In kleine groepjes kon men vervolgens de educatieve ruimte bezoeken van Villa Randwijck en daar een borrel drinken op deze mooie en nooit meer te vergeten gebeurtenis.



