Bijgewerkt: 31 juli 2021

De prijs van de klimaatverandering in Nederland

Nieuws -> Informatief

Bron: Planbureau voor de Leefomgeving
12-07-2021

De studie 'Klimaatverandering in de prijzen? - Analyse van de beprijzing van broeikasgasemissies in Nederland in 2018' laat zien wie in Nederland precies wat betaalt voor welke broeikasgasuitstoot en hoeveel. Ook wordt nagegaan of de betaalde prijs wel in verhouding staat tot de aangerichte klimaatschade.

Dit rapport (pdf 149 pagina’s) maakt dit inzichtelijk voor de industrie, mobiliteit, gebouwde omgeving, landbouw en elektriciteit. Met deze studie draagt Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) bij aan de besluitvorming over de (aanpassing van) instrumenten om het fossiel energieverbruik terug te dringen.

In deze studie worden zogenaamde effectieve prijzen van Broeikasgasemissies zoals CO2 berekend op basis van de bestaande beprijzingsinstrumenten. Dat zijn de instrumenten die zorgdragen voor een expliciete prijs van de Broeikasgasemissies zelf, zoals binnen het EU ETS, of een impliciete prijs via met name de energiebelastingen, de accijnzen op minerale oliën en de afvalbelasting. Elk van deze instrumenten heeft een eigen rol en grijpt op heel verschillende plaatsen, en op heel verschillende manieren, aan op activiteiten die emissies veroorzaken. Om het totaalbeeld te maken van de klimaatbeprijzing in Nederland wordt de exacte rol van deze instrumenten bij de beprijzing van broeikasgasemissies in dit rapport geanalyseerd aan de hand van verschillen in grondslagen, vrijstellingen en tarieven. Ook worden deze prijzen in deze studie vergeleken met de klimaatschade die voor deze Broeikasgasemissies geldt.



Bestaande beprijzing loopt vooral via het EU ETS en de belastingen op energie. Uit de analyse blijkt dat het EU-emissiehandelssysteem (EU ETS-EU Emissions Trading System) erg belangrijk is voor de beprijzing in de elektriciteitssector en de energie-intensieve industrie, maar dat ook de recent gestegen prijs nog niet toereikend is in het licht van de veroorzaakte klimaatschade. De in Nederland geïntroduceerde CO2-heffing voor de industrie bovenop de Europese CO²-prijs zal de beprijzing nog meer in evenwicht brengen met de in geld uitgedrukte klimaatschade. In de sectoren verkeer en gebouwde omgeving vindt beprijzing vooral plaats via de energiebelasting (EB) en de Opslag Duurzame Energie (ODE) op aardgas en de accijnzen op minerale oliën. De gecombineerde tarieven hiervan zijn relatief hoog en wegen al veel beter op tegen de veroorzaakte schade.

Beprijzingsverschillen groot in elektriciteitssector. In de elektriciteitssector constateert het PBL een grote variatie in de prijs die voor de uitstoot in rekening wordt gebracht. Dat komt onder meer door de structuur van de EB en de ODE, die zich beide richten op het eindverbruik van elektriciteit en dus geen rekening houden met de hoeveelheid broeikasgassen die bij de elektriciteitsopwekking wordt uitgestoten. Daardoor gaat er geen prikkel vanuit om méér elektriciteit hernieuwbaar op te wekken en blijft ook de uitstoot als gevolg van de gelijktijdige productie van warmte, eigen verbruik en omzettingsverliezen onbelast. En dit terwijl het hier bijna de helft van het totale verbruik betreft.

Aanknopingspunten voor aanpassing beprijzingsinstrumenten:

- Pas de energiebelasting op elektriciteit aan in het licht van het stijgende aandeel van zon en wind in de productie van elektriciteit;

- Kijk kritisch naar de verlaagde tarieven voor de belasting op aardgas in de glastuinbouw, de lage tarieven in de hogere belastingschijven en het vrijstellingsregime;

- Overweeg een verlaging van de energiebelasting en de Opslag Duurzame Energie op elektriciteit voor huishoudens, om ze meer richting schonere verwarmingsbronnen te sturen;

- Neem het niet-energetisch verbruik van aardolie en de levering van bunkerbrandstoffen mee in de grondslag van belastingen op energiegebruik. Lees ook: Economische effecten van CO²-beprijzing: varianten vergeleken



Amstelveenweb.com is niet verantwoordelijk voor de inhoud van de nieuwsberichten.