Bijgewerkt: 17 april 2021

Knelpunten bij het aardgasvrij maken van wijken

Nieuws -> Informatief

Bron: Planbureau voor de Leefomgeving
25-02-2021

Het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) is ingesteld om te leren hoe wijken van het aardgas af te halen zijn en hoe dit kan worden opgeschaald. Proeftuinen worden gezien als een belangrijk middel om te leren hoe de wijkaanpak kan werken, omdat zicht verkregen wordt op knelpunten en mogelijkheden door kleinschalig aan de slag te gaan. De leerervaringen in de onderzochte wijken zijn echter vaak lastig te vertalen naar een grotere schaal. Dat blijkt uit interviews met bewoners en betrokkenen in veertien voorloper-wijken in de transitie naar aardgasvrij – meldt het Planbureau voor de Leefomgeving.

Het Klimaatakkoord is opgesteld, getekend en in uitvoering. Een van de grote opgaven die daaruit voortvloeit, is de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Op dit moment wordt een aardgasvrije gebouwde omgeving als een belangrijke stap gezien om dit doel te bereiken. Voor gemeenten, maar ook voor netbeheerders, private partijen en bewoners, is de opgave een zoektocht, waarbij zij gaandeweg leren wat wel en wat niet werkt.

Het Klimaatakkoord noemt een doelstelling van 15,3 megaton CO2-besparing voor de gebouwde omgeving voor 2050. Dat komt neer op de verduurzaming van zo’n 7 miljoen woningen en 1 miljoen andere gebouwen. Het tussendoel voor 2030 betreft een reductie van 3,4 megaton CO2. Om dit tussendoel te kunnen halen is het nodig om 1,5 miljoen bestaande woningen en andere gebouwen te verduurzamen (Klimaatakkoord 2019).



In de onderzochte wijken blijkt dat er in de praktijk vaak veel meer gedetailleerd maatwerk nodig is, dan op voorhand was gedacht. Door het maatwerk duurt het aardgasvrij maken vaak langer. Zo lijkt een wijk of buurt vaak een eenheid, maar zijn er grote verschillen tussen woningen en ook in de bereidheid en de mogelijkheden van de bewoners om mee te doen met het veranderingsproces. Daarnaast vragen verschillende warmteopties zoals restwarmte, geothermie, elektrisch of waterstof om andere maatregelen achter de voordeur en vergt het nog tijd om te weten welke warmteopties naar de toekomst toe reëel zijn.

Grote verschillen tussen bewoners. Door de grote verschillen tussen bewoners is het realiseren van een collectief overstapmoment waarop een hele wijk gelijktijdig overgaat op een warmtenet lastig. Het gevolg hiervan is dat er soms extra infrastructuur nodig is. Ook in het proces is er nog veel maatwerk nodig. Zo zijn er nog geen standaardstructuren voor kostenverdeling en is het onduidelijk wie welke risico’s en verantwoordelijkheden draagt. Daardoor is veel extra afstemming nodig.

Maatwerk bemoeilijkt uitwisseling en opschaling van lokale lessen. In de proeftuinen wordt veel geleerd over technische mogelijkheden, en de omvang en aard van de opgave. Ook op het gebied van samenwerking wordt, probleem gedreven, en al doende geleerd. Veel van de leerervaringen zijn echter lastig elders toe te passen doordat deze vaak zeer contextafhankelijk zijn; gericht op de specifieke omstandigheden in de gemeente, de gekozen warmteoptie, de fase in het proces, of uitvoering en de houding van betrokkenen. Lees het rapport: Warmtetransitie in de praktijk (pdf 126 pagina’s)

Het oplossen van de structurele knelpunten vraagt om keuzes en acties op het niveau van de Rijksoverheid, stelt het PBL op basis van de onderzochte initiatieven. Consistent overheidsbeleid en een duidelijke toekomstvisie vanuit de Rijksoverheid zou kunnen helpen bij het realiseren van draagvlak.

Het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) is het nationale instituut voor strategische beleidsanalyse op het gebied van milieu, natuur en ruimte. Het PBL draagt bij aan de kwaliteit van de politiek-bestuurlijke afweging door het verrichten van verkenningen, analyses en evaluaties waarbij een integrale benadering vooropstaat.



Amstelveenweb.com is niet verantwoordelijk voor de inhoud van de nieuwsberichten.