Bijgewerkt: 8 december 2021

Amstelveense politiek is niet tevreden met Stadshart plannen

Nieuws -> Politiek

Bron: GL/D66/BBA
08-08-2010

Aanvullende vragen ex. Art 33 'Strategische visie Stadshart'

Geacht College,

Hartelijk dank voor de snelle reactie op de brief van de fractievoorzitters van GroenLinks en BBA met het verzoek de gemeenteraad zo snel en zo volledig mogelijk te informeren over de plannen van Unibail-Rodamco met het Stadshart, alsmede de wat minder snelle beantwoording van de vragen van de fractievoorzitster van D66. Het stelt ons echter teleur, dat u geen gevolg gegeven heeft aan het verzoek om de onderliggende documentatie beschikbaar te stellen.

Van volledige informatieverstrekking is in onze ogen dan ook nog geen sprake. Wij hebben inmiddels via andere kanalen wel aanvullende informatie ontvangen. Die lijkt soms op gespannen voet te staan met uw beantwoording. Uw reactie is voor ons dan ook aanleiding om aanvullende vragen ex.art 33 te stellen.

Stadsplein Amstelveen
(Foto Amstelveenweb.com - 2009)

Het Stadsplein van Amstelveen met vlaggen


In uw brief aan GroenLinks en BurgerBelangen Amstelveen meldt u, dat het College in gesprek is met Unibail-Rodamco over de toekomstige ontwikkeling van het Stadshart en dat indien dat tot ruimtelijke aanpassingen zal leiden het College besluitvorming in de Raad daarover zal voorbereiden.

Echter, de huidige realiteit lijkt, dat Unibail-Rodamco nu reeds vanuit een ‘strategische visie’ op het Stadshart opereert. Die strategische visie heeft in onze ogen niet alleen implicaties voor het ruimtelijk beleid van de Gemeente Amstelveen, maar juist ook voor het economisch beleid van de Gemeente. In correspondentie van UR met huurders meldt zij hierover:

“De implementatie van de strategische visie levert voorts een belangrijke nieuwe impuls op voor Amstelveen. De gemeente is nauw betrokken bij alle plannen en staat hierachter. Door de uitvoering van deze plannen zal een groot publiek worden aangetrokken en zal het centrum van Amstelveen een sterke regionale functie krijgen. Stadshart Amstelveen kan zelfs één van de beste/grootste winkelcentra van het land worden.”

Vraag 1. Betreft betrokkenheid Gemeente.

Kunt u toelichten:

a) op welke wijze u precies betrokken bent bij de plannen van Unibail-Rodamco met het Stadshart? Wordt u bijvoorbeeld alleen geïnformeerd, vindt er passief ambtelijke afstemming plaats, wordt er op bestuurlijk niveau overlegd, of wordt er actief ambtelijk en/of bestuurlijk meegewerkt aan de ontwikkeling van de plannen?

b) welke kaders uw College hanteert bij uw gesprekken met Unibail-Rodamco om de ontwikkelingen te toetsen en waar mogelijk te sturen?

c) wanneer u als College besloten hebt ‘achter alle plannen te staan’ van Unibail-Rodamco, zoals blijkt uit het hiervoor genoemde citaat?

d) wanneer u van plan was de Gemeenteraad hierover te informeren?

e) in hoeverre de ambitie om het Stadshart een van de beste/grootste winkelcentra van het land te maken nog strookt met het gemeentelijk economisch beleid, zoals o.a. beschreven in de Nota Economisch Beleid en de Detailhandelsnota?

Uit de beantwoording van de vragen van D66 blijkt, dat u weinig mogelijkheden ziet om het vertrek van winkels uit het Stadshart te voorkomen. Ook probeert u ons gerust te stellen door te verklaren, dat Unibail-Rodamco volgens u daarbij ‘nadrukkelijk oog heeft voor de diversiteit van het aanbod passend bij de lokale/regionale markt’.

In de strategische visie van Unibail-Rodamco staat echter, dat het ‘Stadshart Amstelveen zich zal richten op het midden/hoog segment en dat ruimte gemaakt moet worden voor het huisvesten van aansprekende internationale merken/trekkers’. Ook wordt gesteld, dat ‘bijzondere, luxe en internationale formules aan het Stadhart toegevoegd (worden) die nog nergens anders in Nederland zijn’. Dit alles zou voortkomen uit de strategie om vooral bezoekers te willen trekken ‘van ver weg (tot een half uur autorijden)’, die niet ‘even een boodschap doen’, maar ‘een dagje uit’ willen.

Vraag 2. Betreft visie en strategie mbt het Stadshart

a) Waarop baseert het College de constatering dat Unibail-Rodamco nadrukkelijk oog heeft voor de lokale/regionale markt, terwijl uit de strategische visie blijkt, dat de nadruk ligt op profilering voor de regionale/landelijke markt?

b) In hoeverre is uw College van mening, dat de gewone Amstelvener gebaat is bij een Stadshart dat zich primair richt op luxe, internationale formules?

c) Bij de eerste inschrijving voor het Stadshart kregen Amstelveense detaillisten juist voorrang. Wij constateren dat Unibail-Rodamco nu niet meer inzet op lokale ondernemers, maar op luxe, internationale merken. In hoeverre ondersteunt uw College deze koerswijziging en acht u deze nog in lijn met de gemeentelijke detailhandelsnota?

Uit uw antwoord op onze brief krijgen wij de indruk, dat u zich wellicht heeft laten (mis)leiden door de sussende woorden van UnibailRodamco in haar persbericht van 2 augustus. Zo schrijft u in uw brief dat er sprake is van ‘31 zaken, die wellicht wat minder in een optimaal profiel van het stadshart passen’, in het rapport ‘Future Stadshart Amstelveen’ van DHV uit januari 2010 treffen we echter een volstrekt andere woordkeuze aan.

Daarin worden 27 zaken bij naam genoemd, die niet zouden passen in de nieuwe visie. Voor die 27 zaken worden twee strategieën voorgesteld: 6 van deze zaken krijgen het label ‘remove to another location’ / ‘verplaatsen naar een locatie waar de formule wel past’. De overige 18 zaken krijgen het label ‘not extend the term of lease’/’verdwijnen uit het winkelcentrum’. Vervolgens worden in het rapport ‘Shopping Centre Amstelveen – The Catering Industrie’ van DHV uit Juni 2010 ook nog 3 horecazaken genoemd die niet passen en die hetzelfde label krijgen ‘not extend the terms of lease’. In uw brief aan GroenLinks en BBA probeert u de onrust te sussen door te stellen dat ‘de werkelijkheid is dat aan 7 zaken een aanzegging is gedaan’.

Vraag 3. Betreft effecten handelen UR

a) Over welke informatie van Unibail-Rodamco beschikt u waarop u baseert, dat de zaken alleen maar wat ‘minder in een optimaal profiel van het stadshart passen’ in plaats van dat zij gecategoriseerd zijn als ‘not extend the terms of lease’/ ‘verdwijnen uit het winkelcentrum’?

b) In hoeverre beschikt u over informatie van Unibail-Rodamco waarop u zou kunnen baseren dat de huidige werkelijkheid van 7 aanzeggingen betreft, niet slechts de eerste tranche is van een salamitactiek waarmee uiteindelijk alle in het DHV rapport genoemde zaken geconfronteerd kunnen worden?

In uw brief aan GroenLinks en BBA benoemt u nadrukkelijk, dat de plannen van Unibail-Rodamco eventueel tot ruimtelijke aanpassingen zouden kunnen leiden, maar dat in dat geval ‘de gemeente in publiekrechtelijke zin in volledige vrijheid haar standpunt (daarover kan) bepalen’. Hoewel UR in haar persbericht slechts spreekt over ‘een kleinschalige, gedeeltelijk herinrichting’ wordt in de strategische visie gesproken om binnen twee jaar een aanvang te kunnen maken met renovatie/uitbreiding: ‘Stadshart Amstelveen zal worden vernieuwd en uitgebreid met extra winkelmeters.

Zo zal een gedeelte van Stadshart Amstelveen worden gesloopt en worden herbouwd, waarbij tevens zal worden uitgebreid. Deze renovatie wordt thans voorbereid. Rodamco heeft diverse gronden rond Stadshart Amstelveen aangekocht en is in overleg met de gemeente en andere partijen om de plannen vorm te geven’. In het rapport ‘Future Stadshart Amstelveen’ wordt bovendien vermeldt dat UR voor de uitbreiding een bandbreedte hanteert van 10.000 – 40.000 m2 bvo.

Vraag 4. Betreft economische impact en belangen winkeliers

a) Welke economische en ruimtelijke kaders hanteert uw College bij uw overleggen met Unibail-Rodamco en de ontwikkeling/toetsing van uitbreidingsplannen van Unibail-Rodamco op het Stadshart?

b) Welk gewicht geeft uw College aan financiële argumenten, zoals de eenmalige opbrengsten voor de gemeente van opbrengsten van uitbreiding van winkelruimte, bij ontwikkeling en toetsing van deze plannen?

c) Kunt u aangeven hoe de door UR gewenste uitbreiding op het Stadshart zich verhoudt tot de leegstand-problematiek op de Rembrandtweg?

d) Waarop baseert uw College dat een uitbreiding van het aantal m2 winkelruimte in het Stadhart ook in regionale zin überhaupt economisch wenselijk zou zijn?

e) In hoeverre kan uw College garanderen, dat een eventuele uitbreiding van de winkelruimte niet ten koste gaat van de publieke instellingen die hun plek hebben op het Stadshart?

f) In hoeverre is uw College van mening. dat door genoemde visie van UR het gebruik van het Stadshart geïntensiveerd wordt, er duurzaam geïnvesteerd wordt en de aantrekkelijkheid van het Stadshart verhoogd wordt?

g) In hoeverre kunt u garanderen, dat voorgenomen renovaties en nieuwbouw ook voor winkeliers (en niet slechts voor UR) tot meer omzet zal leiden en dat winkeliers niet vervolgens met verrassende huurverhogingen en servicekosten geconfronteerd worden?

Wij vertrouwen op een spoedige beantwoording van deze vragen. Bij voorbaar hartelijk dank daarvoor.

Met vriendelijke groet,

Sander Mager GroenLinks, Michel Becker D66, Linda Roos BBA



Amstelveenweb.com is niet verantwoordelijk voor de inhoud van de nieuwsberichten.